dinsdag, mei 20, 2008


14 mei 2008 is het precies 3 jaar geleden dat de eerste teksten op de blog van de Club van Brugge werden geplaatst. De Club ontstond nadat enkele Brugse studenten te Gent zich hadden verenigd om te debatteren en teksten te schrijven over de actualiteit. Na 3 jaar zijn, op één na, alle leden niet langer student, niet langer woonachtig te Gent en zijn allen in andere (ook gelijkaardige) projecten actief. De Club van Brugge heeft aldus in zekere zin haar finaliteit bereikt. Met de tekst "Mei '68" willen de leden een punt zetten achter de Club van Brugge. We willen de bezoekers van onze blog bedanken voor hun interesse en bijdrage in de debatten.

Alle teksten van de Club van Brugge kan je per categorie op deze blog terugvinden.

maandag, mei 12, 2008

Mei '68

Het legendarische mei ’68 vond deze maand precies 40 jaar geleden plaats. Voor sommigen is mei ‘68 het symbool van de breuk met de paternalistische wereld waarin meneer pastoor en meneer doktoor heersten. Voor anderen is het de periode waarbij onterecht komaf werd gemaakt met een reeds enkele eeuwen bestaande samenleving.

Mei ’68 is de verzamelnaam voor de protesten tegen “het systeem”. Tegen de manier waarop instellingen, een elite, de overheid,... bepaalden hoe onze samenleving en de maatschappij georganiseerd werden. Instituten moesten eraan geloven om een einde te kunnen maken aan de beknotting van de mensen. De manier waarop de samenleving reeds sinds mensenheugenis draaiend werd gehouden was verkeerd. Dat anderen het beter wisten en dit ook lieten weten kon niet langer. Niemand had vanaf nu nog het recht om ‘het beter te weten’. Ook wanneer iemand het nu eenmaal beter wist (opleiding en educatie verschaffen mensen nu eenmaal kennis), kon het niet langer dat ze dit zouden delen met de wereld. Alle kennis, alle meningen, iedere visie werd gelijk. Dat mensen gelijkwaardig zijn en zo ook hun meningen, dit wisten velen al langer, de democratie ontstond niet in 1968. Het verschil tussen gelijkwaardigheid en gelijkheid, laat staan juistheid, ging met mei ’68 echter verloren.

In Frankrijk ontstond de opstand van mei ’68 bij de studenten. Haar succes was het moment waarop ze oversloeg op arbeiders die aan het staken gingen. Voor verschillende belangen en verzuchtingen werd de schuld bij eenzelfde boeman gelegd. Een gezamenlijke strijd, uniek vanwege het overstijgende belang, leek geboren.
In ons land is mei ’68 verbonden met de strijd Leuven Vlaams. De strijd voor de taal van het volk, tegen die van de elite.
Enkelingen hadden een volledig nieuwe maatschappij, vaak gebaseerd op aan het communisme grenzende ideeën, voor ogen en wisten die verzuchtingen te koppelen aan reële problemen. De schuld voor alles wat fout liep lag bij het systeem. Om de problemen aan te pakken was volgens de mei ’68-ers nood aan een volledig nieuwe manier van aanpak. De manieren van vader en grootvader waren fout, de ethiek van moeder en grootmoeder waren fout. Een verandering van de wereld leek voor het grijpen.
Maar de arbeiders gingen al snel terug aan het werk, en eens de universiteit gesplitst was bleek al snel dat het om niet meer dan een opwelling ging.
Mei ’68 zou geen revolutie worden. Het werd echter wel een evolutie.

De vurige pleiters van een nieuw systeem gingen al snel zorgeloos in het systeem mee. De studenten die eens de rechters, dokters en professoren hadden verwenst namen met plezier hun plaatsen in. De door hen gehate elite werden ze zelf.
Of toch niet helemaal. Want de houding van mei ’68 bleef wel. Met name het respect voor instellingen, instituten en een elite verdween. Iedereen werd gelijk in zijn of haar keuzes, alles kon en moest kunnen.
Het systeem en de instituten hadden vele fouten, maar ze hadden ook een belangrijke rol.
De Kerk kende ongetwijfeld vele uitwassen en haar vertegenwoordigers hebben onvergefelijke fouten begaan. Toch heeft het als instituut ook heel veel goeds kunnen doen. Een maatschappij waarin zingeving verdwenen is kent, zoals we vandaag merken, heel wat schrijnende excessen.
Ook de rol van een verantwoordelijke elite, die een voorbeeldfunctie inneemt, heeft haar waarde. De nieuwe elite bewonderen we om haar rijkdom, haar wilde en losbandige levensstijl maar lang niet meer om haar degelijkheid en bijdrage om onze samenleving draaiende te houden.
Het is een torenhoog cliché maar het kind lijkt wel degelijk met het badwater weggegooid te zijn.

Men spreekt vaak van het failliet van mei ’68 wanneer men het heeft over het bedrog van haar idealen door de mei ’68-ers. Het eigenlijke failliet vond eigenlijk al een maand na mei plaats. In de bakermat van de revolutie, Parijs en Frankrijk, ging de opstand even snel weer liggen als ze was opgekomen. De arbeiders gingen terug aan het werk, zo goed als alle studenten terug naar de les en de Gaullisten wonnen de verkiezingen en kwamen er zelfs nog sterker uit dan voorheen.
Dat mei ’68 toch voor een breuklijn heeft gezorgd die grote wijzigingen ten gevolge heeft gehad mag echter niet vergeten worden. Gevolgen die misschien wel ernstiger zijn gebleken dan de kortstondigheid van de mislukte revolutie doen vermoeden.
Mei ’68 was een mislukte revolutie maar bleek wel een ingrijpende evolutie met zich meegebracht te hebben.

Pieter M, Alexander L, Benjamin D, Maarten M

vrijdag, januari 25, 2008

Minister van Defensie

Minister van Defensie zijn, het lijkt een vervloekte job. Nadat André Flahaut meer dan 8 jaar de geliefde schietschijf was van oppositieleider Pieter De Crem was het voor de Aalterse burgemeester een waar gloriemoment om zelf zijn opponent te mogen opvolgen. Nog geen twee maanden in functie krijgt De Crem nu ook de wind van voren.
De Crem was er op 10 juni net niet in geslaagd om in het blauwe Oost-Vlaanderen de populairste politicus te worden. Die eer bleef voor minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht. Maar De Crem eindigde op meer dan 80.000 stemmen en draagde zo zijn steentje meer dan bij tot het veroveren van zijn provincie. Intern zag niet iedereen De Crem als een ministerabel persoon, zijn stijl maar vooral ook zijn eerder rechtse positionering stemden niet iedereen gelukkig. Het postje van Kamervoorzitter, een uitbolfunctie waarin je al heel hard je best moet doen om iets verkeerd te doen, werd hem aangeboden. Maar De Crem wist dat hij recht had op een ministerpost en weigerde. In afwachting van de uitkomst van de onderhandelingen werd De Crem alvast voorzitter van de Commissie Binnenlandse Zaken. Dit zou de voormalige oppositieleider de kans geven om de uitvoerder te worden van de 5 minuten politieke moed die nodig waren om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen. De bom die op ontploffen stond moest om de onderhandelingen niet in gevaar te brengen echter nog wat verder tikken en de voorzitter van de commissie kreeg zelf even de bijnaam Pieter De Rem. Uiteindelijk kwam het toch zo ver. De aanvankelijke euforie over de splitsing verdween al snel toen duidelijk bleek dat het toch nog niet voor morgen was, gezien de nog verder af te leggen parlementaire weg. Na lang wachten vonden de onderhandelingspartners een voorlopige weg uit de impasse en De Crem mocht ook zijn postje kiezen: Defensie.
Het invoeren van de vrijwillige legerdienst was eigenlijk al goedgekeurd en dus geen echt nieuws, het wijzigen van een bestellingcontract voor artillerie is gemakkelijker gezegd dan juridisch gedaan, en het verspreken over de aanwezigheid van kernarsenaal op Kleine Brogel is niet overeenkomstig afspraken binnen de NAVO. Maar een minister mag toch een in de kast vergeten voorstel er terug uithalen. Een minister mag toch beslissen dat hij een andere weg wil volgen dan zijn voorganger en andere aankopen wil doorvoeren. En een publiek geheim halvelings vermelden zal ongetwijfeld geen nucleaire oorlog veroorzaken. Kunnen we De Crem al afschrijven als minister, na nog maar 2 maanden dienst? Neen. Dezelfde mensen die De Crem zijn stijl als oppositieleider niet konden smaken, zowel binnen politieke kringen als binnen de media, kunnen dat nu blijkbaar nog steeds niet. Gevolg: De Crem krijgt de wind van voren. Een storm in een glas water.

Pieter M

woensdag, januari 16, 2008

Peter Leyman

Enkele weken geleden verkondigde Yves Leterme in de Krant van West-Vlaanderen dat Peter Leyman binnenkort terug voor het bedrijfsleven zou kiezen en de politiek zou verlaten. Leyman ontkende meteen maar het signaal van de CD&V-kopman was duidelijk: als het Leyman niet aanstaat om slechts parlementair te zijn moet hij maar opstappen. Nochtans was de Volvo-kopman zowat de grootste vis die CD&V in de aanloop naar 10 juni wist binnen te halen. Een sterke aanwinst voor de partij en een mooi signaal naar de Oost-Vlaamse kiezer die traditioneel blauw kiest. Met de eerder centrum-rechtse De Crem als lijsttrekker en de voormalige nummer 1 van één van Vlaanderen’s meest succesvolle bedrijven op 3 zou CD&V-NVA heel wat van die liberale stemmen kunnen wegkapen.

Leyman werd zogezegd nooit beloften gedaan, maar dat een dergelijk figuur niet zomaar de overstap maakt mag duidelijk zijn. Voor wat hoort nu eenmaal nog steeds wat. Naar salaris alleen al betekende voor Leyman de verandering een grote aanpassing. Maar vooral de cultuurshock bleek te groot. Een politicus streeft ernaar het volk te vertegenwoordigen en moet dan ook op elk moment van de dag bereikbaar en aanspreekbaar zijn voor dat volk. De deur van de politicus is zo goed als steeds open. Dit in contrast tot het kantoor van de grote directeur die voor slechts een uiterst beperkte groep binnen het bedrijf bereikbaar is, en dan nog enkel en alleen na toelating van de directeur zelf. Ook heeft iedere burger het recht om van mening te verschillen met de politicus, maar daarnaast eigent hij of zij zich ook het recht toe dat te pas en te onpas op een al dan niet aanvaardbare manier mee te delen. Tegenspraak van jan met de pet, Peter Leyman herinnerde het zich waarschijnlijk enkel nog uit lang vervlogen tijden. Een bedrijfsleider is de numero uno en zijn wil is wet. Een woord wordt steeds door anderen in daad omgezet, en dat meteen na het uitgesproken te hebben. In politiek heeft een parlementair een engelengeduld en vooral heel veel geluk nodig wil hij een uiterst beperkt onderdeeltje van zijn of haar visie gerealiseerd zien.

Dat het voor een voormalig bedrijfsleider enkel interessant zou zijn politicus te worden indien hij uitvoerende macht zou krijgen was hemzelf waarschijnlijk van bij het begin duidelijk. Beloften zal hij nooit gekregen hebben maar dat hij sowieso geen uitvoerend mandaat zou kunnen krijgen zal de CD&V partijtop hem blijkbaar vergeten te zeggen zijn. Op het moment dat Peter Leyman het afwachten niet langer aankon en hij zijn beklag ging doen bij de partijtop was het antwoord overduidelijk: “Peter verlaat de politiek”. Ondertussen heeft hij een nieuwe werkgever gevonden en mag zijn plaatsje in het parlement weer ingenomen worden door een ander. Collega’s zien die vreemde eend graag vertrekken, de media gaat kritisch in op zijn vertrek. Sommigen vinden dat hij de democratie verziekt, anderen zijn net van mening dat zijn geval aantoont dat onze democratie reeds enstig ziek is.

Het geval Peter Leyman is er één van de beide stellingen. Peter Leyman springt inderdaad onrespectvol om met het mandaat dat de burger hem gegeven heeft. Door zijn korte doortocht in de politiek geeft hij aan dat het voor hem enkel en alleen te doen was om het uitvoerende mandaat, om de macht te hebben om iets te veranderen. Dat streven kan ook nobel geweest zijn, Peter Leyman heeft ongetwijfeld vanuit zijn ervaring uitstekende ideëen en potentiële input om onze economie te helpen kennismaken met de 21e eeuw. Maar wie zich verkiesbaar stelt doet dat voor een zitje in het parlement, niet voor een ministerpost. Verkozen zijn op zich zou de beloning moeten zijn en het stratschot om aan het werk te gaan. Nu het parlement eindelijk terug kan beginnen werken kreeg hij hiertoe de kans, maar parlementair werk was nu eenmaal niet wat hij wou doen. Dat dat werk traag gaat had hij met een beetje voorbereidend werk ook wel kunnen weten. Achteraf teleurstelling uitspreken over die gang van zaken mag niet als excuus gelden.
Maar evenzeer ligt de schuld bij de politiek. De eeuwige zoektocht naar stemmen, stemmen, stemmen heeft al zovelen op lijsten gebracht die achteraf verzaakten aan hun mandaat om een andere zetel of postje in te nemen. Na de golf van de Bekende Vlamingen, die geen enkele ervaring of inhoud met zich meebrachten, hebben we nu af te rekenen met de verbreding uit bedrijfs- en academische wereld. Die mensen zijn ongetwijfeld, al dan niet expliciet, iets voorgelogen over hun potentiële bijdrage in “de politiek”. Het zou een nobel doel geweest zijn indien de Peter’s en Christine’s effectief om hun kennis en ervaring aangetrokken werden, vandaag leren we echter dat het ook alleen maar om de stemmen te doen was.

Yves Desmet vreest dat de zaak Leyman de illussie zal doorprikken voor de weinigen die nog steeds een intrede in de politiek zouden overwegen. Terecht. Zij die ervaring en kennis hebben over een relevant thema, dossier of maatschappelijk veld, zij die de ambitie hebben om zaken te veranderen, zij die geloven dat hun inbreng en harde werk een positieve verandering kan betekenen voor onze maatschappij en gemeenschap, dat zijn de mensen die we nodig hebben in onze politiek. Het geval Leyman leert ons dat ze enkel een kans zullen krijgen wanneer ze stemmen kunnen opleveren. Meebeslissen is enkel weggelegd voor de uiterst kleine partijtop. Het klimaat van de huidige politiek is dus inderdaad verziekt. Opgeven zal daar echter niets aan veranderen. Zij die het dan ook graag genoeg willen, zij die geloven dat hun bijdrage wel degelijk iets kan betekenen, zij zullen wel doorzetten en van hen horen we dan ook nog, vroeg of laat.

Benjamin D

woensdag, december 12, 2007

CD&V standenpartij?

In een interview in het weekblad Knack stelde CM-voorzitter Marc Justaert dat CD&V beter af was als standenpartij. Eens was het zo dat de standen binnen CD&V, boeren, zelfstandigen en werknemers, de koers van de partij volledig bepaalden. Vandaag staat hun aanwezigheid en rol binnen de partij niet langer in de statuten en is hun invloed beperkter. Toch is ze niet helemaal verdwenen. Afhankelijk van de provincie, stad of gemeente hebben alle of sommige van die drie standen nog steeds heel wat in de pap te brokken.
Na de nederlaag in 1999 zocht de oude CVP een periode van herbronning op. De partij besliste dat de standen een minder prominente rol zouden krijgen. De uitkomst van die beslissing lag evenzeer bij het feit dat die standen zelf schoorvoetend andere invloedswegen zochten nu de macht elders lag. Denk maar aan de flirt tussen ACW en het toenmalige Agalev, alsook het interne debat binnen ACW of hun politiek-actieve leden exclusief bij CD&V mochten, of er ook andere partijen mogelijk waren. Helemaal wegnemen van de standen binnen CD&V zou overigens nooit kunnen aangezien heel wat leden nu eenmaal ook lid zijn van een stand. Bij CVP was het echter de stand die vaak op de eerste plaats kwam, bij CD&V zou dat de partij eerst worden, dan pas de stand.
Nu er terug uitzicht op de federale macht is voor de Christendemocraten merken sommige van die oude spelers uit de standenstructuur dat hun invloed heel wat minder is geworden. Marc Justaert legt de schuld blijkbaar bij de partij CD&V die minder naar haar middenveld luistert. Maar is dat wel een juiste conclusie? De reden dat een partij als CD&V dergelijke middenveldorganisaties niet meer probeert op te vrijen ligt misschien wel daar dat zij, veel minder dan vroeger, nog spreken voor hun achterban. Vroeger wist een stand sterk te mobiliseren en het stemgedrag van hun achterban te bepalen. Hun standpunten werden gedragen door die achterban en de partij die er rekening mee hield kon die stemmen dan ook binnenhalen. Vandaag bepalen die standen niet langer voor welke partij hun leden stemmen. Partijen als CD&V moeten hun stemmen op andere manieren zien te winnen dan louter via overeenkomsten en goede relaties met de standen. Mensen als Justaert, de organisatie die hij vertegenwoordigd en gelijkaardige organisaties moeten de hand in eigen boezem durven steken. Hun standpunten en visie weten ze niet langer bij hun eigen achterban en leden op een dergelijke manier te verkopen dat die ook zouden stemmen op de partij die dit meeneemt. Voor politieke partijen speelt de uiteindelijke stem van de mensen nog steeds het meest, dat bepaalt dan ook hun programma. Dat CM en consoorten beter af waren toen CD&V nog standenpartij was zal wel zo zijn, of CD&V dat ook was...

Alexander L & Benjamin D

zondag, december 02, 2007

Instellingen en democratie

Vandaag kunnen de Russen hun vertegenwoordigers in de Doema, het Russische parlement verkiezen. De partij van president Vladimir Poetin is de gedoodverfde overwinnaar. Niemand minder dan president Poetin zelf is de lijsttrekker van zijn partij Verenigd Rusland. Aan zijn laatste termijn als president komt binnenkort een einde. Toen Poetin vorig jaar liet weten dat hij niet van plan is de grondwet te wijzigen om een bijkomend termijn mogelijk te maken leek dat een positief signaal voor het respect voor de Russische instellingen te zijn. Dat Poetin zijn macht niet zou opgeven was echter eveneens duidelijk. Zijn politieke toekomst wil hij nu blijkbaar verder zetten als premier. Dat de premier in Rusland minder macht heeft dan de president mag geen probleem zijn, plannen om de rollen wat om te draaien en bepaalde bevoegdheden te verschuiven zouden al klaar liggen. Een loopje met de democratie nemen ze in Rusland al langer, bij de verkiezingen van 2 december waren de onregelmatigheden niet te tellen, nu worden ook de instellingen met de voeten getreden. Het dictatoriale Rusland zal aldus definitief een feit zijn.

In Venezuela konden de burgers vandaag ook gaan stemmen. President Chavez, de nieuwe clown van het mondiaal socialisme, vraagt in een referendum onder andere om zonder limiet herkiesbaar te zijn als president. De man schopt alles en iedereen tegen de schenen en kan zich door de grote olievoorraden van zijn land te veel permitteren. Door de grondwet aan te passen naar zijn eigen wensen zal hij Venezuela kunnen leiden naar eigen goeddunken met onbegrensde macht.

De instellingen en instituties van een land, de grondwet en de scheiding der machten zijn essentiële elementen voor een democratische staat. Een degelijk uitgetekende democratie beschermt zichzelf op die manier tegen de omverwerping van haar eigen systeem. Wantoestanden zijn mogelijk, de burger kan de verkeerde mensen een absolute meerderheid leveren, verkiezingen kunnen vervalst worden of onregelmatig verlopen,… toch kunnen dammen ingebouwd worden. Bijvoorbeeld een termijn op het aantal keer dat iemand president kan worden zorgt ervoor dat in een land waarin verkiezingen met de voeten getreden worden er toch geen alleenheersers bestendigd kunnen worden. Wanneer de burger zijn democratische mogelijkheden verloren heeft is het terrein geëffend voor de leiders om alle macht definitief naar zich toe te trekken. We moeten als internationale gemeenschap veel strenger optreden tegen zelfs de kleinste inbreuken tegen de democratische rechten van de bevolking van een land. Vrije pers, vrijheid van vereniging, vrijheid van mening en het recht om zich vrijelijk verkiesbaar te stellen en te kiezen voor wie hen zal vertegenwoordigen. Deze essentiële vrijheden één voor één wegnemen leidt tot de situatie die we vandaag zien in landen als Rusland en Venezuela. We kunnen het ons niet permitteren om de democratieën van de wereld in aantal nog verder te zien minderen.

Pieter M

woensdag, oktober 10, 2007

Mentor



Volgens Plato is kennis de deelverzameling van waarheden en geloof. Kennis is een verzameling van datgene wat we met een redelijke mate van zekerheid waar of nuttig achten. Kennis is echter veel meer dan datgene wat in boeken, artikels en op websites staat. Ervaring is een vorm van kennis die elke mens opbouwt gedurende zijn leven. Met elke mens die sterft, gaat een gans universum aan bruikbare kennis verloren.

“Zelf schepte hij er groot genoegen in om zijn ervaring te kunnen overdragen aan een volgende generatie. Spaak was uiteindelijk meer een mentor dan een baas. Een baas zegt wat je moet doen. Een mentor helpt je om in een bepaalde richting te ontwikkelen.” Deze uitspraak is van Etienne Davignon over zijn tijd op het kabinet van Paul-Henri Spaak. Net zoals honderden voorbeelden uit de geschiedenis kon Etienne Davignon zijn leerproces uitbouwen met de hulp en ondersteuning van een mentor. Aristoteles was leerling van Plato, zelf was hij de leermeester van Alexander de Grote, Thomas Hobbes was korte tijd de secretaris van Francis Bacon,... Zo kon de kennis van deze mensen ook verder leven en kon voortgebouwd worden op hun visie en ontdekkingen. Vandaag spreken sommigen nog over die en die grote naam die ze als mentor claimen, maar de ware betekenis van een mentor is jammer genoeg zo goed als verloren gegaan.

Rentmeesterschap is een waardevolle ideologische tak aan de Christendemocratische boom die helaas slechts weinig van haar bladeren heeft kunnen behouden. Niet enkel ons leefmilieu, de door ons opgebouwde welvaart maar ook onze kennis dienen we over te dragen. Dit kan in boeken maar deze zullen nooit al onze kennis en ervaring kunnen omvatten. Daarom hebben we nood aan een hernieuwd pleidooi voor de mentorgedachte. Een mentor is iemand die een persoon helpt een weg te vinden in datgene waar die persoon mee bezig is in zijn dagelijks leven. Niet enkel de toppolitici, zoals Spaak en Davignon, niet enkel de filosoof als Plato en Aristoteles, maar ook de bakker en slager, de ondernemer, de leerkracht, de opvoedster en de landbouwer, allen beschikken ze over een belangrijke ervaring en kennis die ze aan een volgende generatie kunnen overleveren.

In onze individualistische samenleving hebben we veel respect voor de zogenaamde self made mensen. Zij die het zonder enige steun of hulp van anderen op basis van hun eigen talenten hebben waargemaakt. Hun eigen weg zochten zonder gebruik te maken van de routekaarten die ze aangereikt konden krijgen van voorgangers. Hoewel iedereen respect verdient die het vanuit een weinig evidente positie weet waar te maken, is het geen schande wanneer je hulp krijgt van anderen. Integendeel. Het is verspilling wanneer mensen hun kennis niet delen, egoïsme wanneer mensen hun ervaring voor zich houden en het is een verkeerde visie wanneer jongeren denken geen advies van meer ervaren mensen nodig te hebben.

Met de mei ’68 periode ontstond de gedachte dat de oudere generatie er één was om genadeloos van de troon te stoten, ze hadden er toch maar een boeltje van gemaakt. Ook de tradities en wijsheden waar de oude generatie aan vasthield werden gezien als gebaseerd op naïeve visies en geloof. Weg ermee! was het adagium. Op basis van rede en inzicht zou een veel betere samenleving opgebouwd kunnen worden. Een visie waarvan we ondertussen weten dat ze verkeerd is. Het kind werd met het badwater weggegooid. Het warm water bestaat reeds een hele tijd, er is dan ook geen nood aan het heruitvinden ervan. De kennis van de generaties voor ’68, de kennis van elke generatie, bedraagt heel wat meerwaarde om op verder te bouwen. De menselijke beschaving bestaat net dankzij de mogelijkheid om kennis van generatie op generatie over te dragen. De gedachte als zou de kennis van hun voorgangers nutteloos zijn, in combinatie met de vrees zelf van de tronen verstoten te worden die ze eens ingenomen hebben, heeft een ganse generatie het ideaal van het mentorschap doen vergeten. Kennis werd gezien als persoonlijke macht, ervaring als een in geld om te zetten goed.

Wanneer we alles wat we aan intellectuele schatten opgebouwd hebben voor onszelf willen houden verwaarlozen we onze meest waardevolle erfenis. Niemand wenst zijn geld en bezittingen mee te nemen in zijn graf, toch is dat wat we vandaag al te vaak zien gebeuren betreffende kennis en ervaring. Jonge mensen moeten openstaan voor de meerwaarde van de kennis en ervaring van ouderen. Maar veeleer dan de jongeren met de vinger te wijzen dienen we de huidige oudere generatie op haar verantwoordelijkheden te wijzen. De eerste stap ligt bij de generatie die met haar ervaring heel wat te bieden heeft. De gedachte van het mentorschap herintroduceren in onze samenleving zal een meerwaarde beteken voor de toekomst van onze samenleving, en brengt ons terug in contact met een visie die eeuwenlang ervoor zorgde dat men zijn verantwoordelijkheid opnam ten opzichte van de gemeenschap en de mensheid.

Pieter M

woensdag, september 19, 2007

Groen!


De voorzittersverkiezingen van de Vlaamse partij Groen! komen eraan. De partij die er op 10 juni in slaagde terug vertegenwoordigers in de Kamer en de Senaat te krijgen, nadat het in 2003 de kiesdrempel nergens wist te halen, zoekt een nieuwe voorzitter om de hoogdagen terug na te streven. In 1999 haalde de partij 7 procent van de stemmen. Deelname aan de regering was hun beloning maar zou ook hun (tijdelijke) ondergang betekenen. Na de afstraffing van 2003 was het Vera Dua die de partij terug op het juiste spoor poogde te brengen. De Vlaamse verkiezingen konden een succes genoemd worden, de campagnetruc als zou “Groen! nodig zijn” sloeg aan bij links. Afgelopen zomer, tijdens de hoogdagen van de “opwarming van de aarde-hype” wist Groen! echter niet ten volle te profiteren van het gevaar dat de ijsbeer zou verdwijnen. Groen! kon echter wel terug gaan meespelen op het federale niveau. De nieuwe generatie die Dua de ring in had gestuurd (tegen de zin van enkele voormalige federale lijsttrekkers) deden het goed. Dua beschouwt haar opdracht nu als volbracht en het was haar bedoeling ook haar voorzittersplaats ter beschikking te stellen van de nieuwe krachten. Dat was echter buiten de ex-ministergeneratie gerekend. De kandidaat voorzitters zijn voorlopig namelijk allemaal ex-kopstukken van de vorige generatie (Jef Tavernier, Mieke Vogels en straks misschien ook Bart Staes) en zelfs van de oorspronkelijke agalev-generatie (de 76-jarige Ludo Dierickx). Tavernier meent dat het tijd is om te verruimen en prijst zijn ervaring op het lokaal vlak om dit te doen. De door hem geleidde monstercoalitie tegen burgemeester De Crem in Aalter werd een absolute flop. De overwinning van De Crem op 8 oktober 2006 zette hem steviger dan ooit in zijn Aalterse machtszetel en legde de basis voor zijn superscore die mee Oost-Vlaanderen oranje kleurde op 10 juni. Vogels zou vandaag nog steeds aanzien worden als het boegbeeld van de groenen, volgens de Vlaamse media als reactie op haar mogelijke kandidatuur. Haar uitstraling zou ver buiten de groene partij reiken. Zoals wel vaker het geval is met personen die grote aantrek hebben bestaat er tevens een enorm grote groep die een afkeer hebben van de politieke stijl van Mieke Vogels.
Politiek strategisch lijkt het allesbehalve aan te raden terug te grijpen naar deze oude generatie. Niemand heeft zin in een belegen betweterig groen-links verhaal. Als Groen! er al in wil slagen haar deel van de linkse koek te behouden naast de Sp.a-zoektocht naar hernieuwd stempotentieel zal het niet met deze mensen mogen zijn. Oude wijn in nieuwe zakken verkoopt niet. Nieuwe wijn in oude zakken heeft geen enkele waarde. Net als bij Sp.a, waar het iemand van de oude partijtop (Gennez) is die straks waarschijnlijk voorzitter zal worden, zal Groen! straks misschien ook teruggrijpen naar de tijd van toen. Dit zou er wel eens voor kunnen zorgen dat de linkse revival nog wat langer op zich zal laten wachten. Het einde van links in Vlaanderen is niet in zicht, maar als de linkse partijen blijven vasthouden aan hun oude gloriën zal het in ieder geval nog een tijdje duren voor ze er terug staan.

Benjamin D

woensdag, augustus 29, 2007

De nota van Dehaene



De pers en de politiek dienen hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de democratie op te nemen

De mogelijkheden van de hedendaagse fotografie zijn zeer groot, iedereen is hiervan op de hoogte. Zelfs politici, die soms wereldvreemd heten te zijn, weten sinds de pers het briefhoofd van een zeker hotel wisten te fotograferen van de papieren van Milquet, dat de persfotografen op de loer liggen en elk blootliggend detail kunnen vastleggen. Dat Jean-Luc Dehaene dus niet doorhad dat het blad dat hij nogal opvallend scheef hield wel eens leesbaar zou kunnen zijn en aldus zou kunnen uitlekken, maak je niemand wijs.
Op het moment dat Leterme te horen kreeg dat de pers een foto van de beruchte nota had weten te nemen, zou hij aan de journalisten van Focus-WTV, waarbij hij zich op dat moment bij bevond, gezegd hebben dat het zijn nota was. Een dag later al ontkende hij dit.
De zaken die op de nota staan zijn mogelijkheden om uit de impasse te geraken. Het zijn voor CD&V en Leterme echter zo goed als allemaal minder sterke voorstellen dan de taal die Leterme de maanden voor de verkiezingen sprak. De heisa in de pers gaat minder om de inhoud dan over het feit of de pers te ver gegaan zou zijn in het “stelen” van persoonlijke nota’s van Dehaene. Een strategische zet vanuit Christenemocratische hoek waarbij van de pers gebruik werd gemaakt. Dit om te polsen hoe de publieke opinie reageert op de terugtrekking van enkele van hun standpunten om alsnog de weg naar het marmer van de Wet 16 vrij te maken.
Ook de pers speelt in deze een dubbel spel. Uiteraard weten ze dat ze op deze manier gebruikt worden maar “if you scratch my back, I’ll scratch yours” geldt maar al te vaak in de ambigue relaties tussen politiek en pers.
De pers houdt geen rekening met haar verantwoordelijkheden in ons maatschappijsysteem door mee te gaan in dergelijke spelletjes. Van objectieve eerlijke informatie voor de burger is geen sprake. Eerder dan een nieuwsbron ziet de vierde macht zich graag als een invloedrijke bepalende speler in het spel van beleid en beleidsvorming. Een negatieve evolutie die ondertussen al zolang duurt, dat de democratie er ernstig onder gaat lijden. De burger kan zich bij het opmaken van zijn mening en stemgedrag niet baseren op een objectieve informatiebron. De politiek speelt spelletjes waarin de pers als een speelse puppy graag meegaan, en omgekeerd. De politiek gaat in deze namelijk evenzeer in de fout als de pers. Door aan de hand van trucs de publieke opinie te bespelen dragen ze bij aan het steeds verder afbrokkelende huis van de democratie.
Dat de burger dus zogenaamde foert-stemmen uitbrengt en telkens weer een nieuwe “flavor of the month” naar een ministerpost stemt, is niet verwonderlijk. Maak van de politiek en onze democratie een Big Brother-soap en de burger zal er graag in meegaan.
Pers en politiek hebben echter een verantwoordelijkheid ten opzichte van ons systeem en onze samenleving, ten opzichte van de democratie. Duidelijkheid en rechtlijnigheid zijn nodig in situaties waarbij de toekomst van onze staatsvorm bepaald zal worden. De politiek moet betreffende de naleving van gedane beloften in verkiezingstijd verantwoording afleggen. De pers dient de burger objectief te informeren zodat deze haar stem kan uitbrengen op basis van feiten over het beleid.
Indien pers en politiek hun verantwoordelijkheid niet opnemen en dringend stoppen enkel de “shortcuts” naar de macht op te zoeken, daarbij met vuile voeten de paleizen van onze waarden bezoedelend, zullen ze onze democratie helemaal uithollen.

Benjamin D

maandag, augustus 06, 2007

Leterme I



Het is moneytime voor Leterme. De formateur legt deze week het luik staatshervorming voor. De uiterst slappe voorstellen uit zijn eerste formateurnota (genre vertegenwoordiging gewesten binnen NMBS) gingen stuk voor stuk te ver voor de Waalse partijen rond de tafel. De Vlaamse partijen lieten, elk op hun manier, weten dat dit nog maar de eerste stap is.
CD&V zit met Leterme als formateur in een communicatief moeilijk parket, maar jongerenvoorzitter Bert De Brabandere en Eric Van Rompuy maakten duidelijk dat de verwachtingen bij de achterban hoger liggen dan dit “borrelnootje” met "Cola Light".
NVA maakte bij monde van onderhandelaar en voorzitter Bart De Wever duidelijk dat de twaalf punten in de nota nog maar het begin zijn. In een poging een populistisch Vlaamsgezind graantje mee te pikken dreigde VLD de geldkranen dicht te draaien.
Leterme van zijn kant hield tijdens het weekend nog enkele aftastende gesprekken vooraleer hij deze week enkele nieuwe communautaire punten op de agenda plaatst.
Aftastend werk waarvoor de koning Jean-Luc Dehaene eerder al aangesteld had. Steeds luider klinkt het dat Dehaene zijn werk niet heeft kunnen afmaken. Nogal onverwacht was het dan ook toen Dehaene, na slechts tien dagen in functie, als onderhandelaar op zondagavond bij de koning zijn verslag ging geven. Daarop werd Yves Leterme meteen formateur, nog net op tijd om de voorpagina van de maandagedities te kunnen halen.
In een interview in Het Laatste Nieuws prijst Herman Van Rompuy het werk dat Jean-Luc Dehaene in zijn tien dagen verzet heeft. “Ik vind het nog altijd jammer dat Dehaene niet kon doordoen of niet wilde doordoen: de geschiedenis zal uitmaken wat hem tegenhield.”
Yves Leterme wou zo snel mogelijk zijn rol op de voorgrond spelen en gunde de oude garde niet meer dan een korte acte de présence.
Misschien was het echter beter geweest voor Leterme om nog even in de schaduw te wachten tot het pad werkelijk geëffend was. Achter de schermen was dat ongetwijfeld beter verlopen, zeker door een figuur als Dehaene, dan op Hertoginnendal.
De tactiek van Leterme om op afzondering te onderhandelen om zo lekken te voorkomen lukt alles behalve. De media hoeft niet eens moeite te doen, de onderhandelaars staan allen met veel plezier klaar om op regelmatige tijdstippen de laatste nieuwtjes te bespreken. Na 8 jaar open debatcultuur van paars is de relatie politiek - media duidelijk voorgoed anders in ons land.
Ook de blunders en onaangename communicatie van Leterme ten opzichte van de Franstalige pers heeft de Waalse politici gedwongen het been stijf te houden om zo ten opzichte van de achterban niet zwak over te komen. Die achterban houden ze tevreden door hun woorden voor de camera nog wat steviger te stellen dan rond de tafel.
De Waalse partijen dienen echter dringend in te zien dat België enkel een toekomst heeft wanneer ze meewerken aan een volgende stap in de staatshervorming. Dat is niet de schuld van een zogenaamd separatistisch gezinde Vlaamse elite, maar is een noodzakelijkheid voor een goede werking van ons land. Ook voor de toekomst van Wallonië zal dit enkel een meerwaarde kunnen betekenen. Voorlopig kunnen de Vlamingen enkel hopen dat de Franstaligen dit wel inzien, maar hun houding alsnog aanhouden vanwege politieke spelletjes of vrees voor toekomstig electoraal verlies.
Leterme staat voor een uiterst zware opdracht. Een evenwicht zoeken tussen zijn profiel van verdediger van de Vlaamse zaak, dat hem 800.000 stemmen opleverde, en zijn toekomstige taak van premier van alle Belgen.
Het “non” van de Franstaligen ombuigen in de aan de Vlamingen beloofde staatshervorming evenmin. Pas wanneer hij hierin kan slagen kan Leterme plaats nemen in de galerij van grote Christendemocratische staatsmannen. Hij mag dan al enkele zaken gemeenschappelijk hebben met zijn illustere voorganger, een nieuwe Wilfried Martens zal hij pas kunnen worden wanneer hij in deze opdracht slaagt.
Volgens politicoloog Carl Devos zal enkel een crisis ervoor kunnen zorgen dat er stappen voorwaarts gezet worden. Pas dan zullen de Walen inzien dat het menens is. Herman De Croo gelooft niet in het crisis scenario. Tijd zal volgens hem wel leiden tot een oplossing. “Een zwangere vrouw moet baren”, zo stelt hij het. Welk (al dan niet bastaard-) kindje we straks 'Leterme I' mogen dopen blijft voorlopig nog koffiedik kijken.

Benjamin D

dinsdag, juli 31, 2007

Irak



“De Leeuwen van de Twee Rivieren” hebben de finale van de Azië Cup gewonnen. Met het kleinste verschil won de Irakese nationale ploeg van Saudi-Arabië.
Zoals overal ter wereld brengt blijkbaar ook in Irak voetbal mensen samen. De overwinning werd gevierd in gans het land. Van Bagdad tot Basra en zelfs in Kurdistan.
Voor het eerst in zeer lange tijd werd het verenigde Irak nog eens gevierd door haar bevolking.
De uiterst instabiele natie kan een dergelijke opsteker zeker gebruiken. Het gaat namelijk niet goed met Irak. De dagelijkse zelfmoordaanslagen maken een normaal openbaar leven onmogelijk. De Iraakse politie noch het eigen leger zijn in staat de veiligheid te garanderen. De Amerikaanse troepen moeten dweilen met de kraan open en zijn de situatie allesbehalve meester in het land dat ze feitelijk bezetten.
Verschillende bevolkingsgroepen willen hun portie van de macht, groeperingen maken van de chaos gebruik om macht te verwerven. Stemmen voor opsplitsing van het land zijn talrijk.
De situatie in Irak is vooral door haar verschillende bevolkingsgroepen niet evident. Irak kent een bevolking van voornamelijk Arabieren en Koerden en in mindere mate Turkmenen en Assyrische en Chaldeeuwse christenen.
Ongeveer 60% van de totale bevolking zijn sjiitische Arabrieren. Zij wonen hoofdzakelijk in het zuiden. Daarnaast woont een grote groep sjiieten in Bagdad.
In het midden van Irak wonen de meeste soennitische Arabieren, die ongeveer 20% van de bevolking uitmaken. De overwegend soennitische Koerden leven in het noorden van Irak, ze vormen 20% van de totale Iraakse bevolking.
Toen de VS in 2003 Saddam Hoessein van de macht verstootte bleek al zeer snel dat het net zijn totalitaire macht was die het land een zekere interne stabiliteit gaf.
Het wegvallen van die autoritaire macht werd het startsignaal van een strijd om de macht en invloed die zowel intern als extern, voornamelijk vanuit buurland Iran, begon.
Ook Turkije blijft de situatie in vooral het noordelijke Iraaks Koerdistan nauwlettend in het oog houden. De Koerden in Irak hebben een zekere mate van autonomie. Ze hebben een eigen taal, een eigen cultuur, een eigen vlag,… Turkije vreest dan ook dat de aantrekkingskracht van deze semi-staat in wording op de eigen Koerdische bevolking voor instabiliteit zou kunnen zorgen in hun eigen land.
Deze maand nog heeft het Turkse leger in Noord-Irak aanvallen uitgevoerd op verschillende dorpen nabij de Turkse grens. Vooral het Turks Koerdische PKK, dat in Iraaks Koerdistan actief zou zijn en aanslagen in Turkije zou voorbereiden, is daarbij het doelwit.
Volgens de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Hoshyar Zebari, heeft het Turkse leger 140.000 troepen naar het Turks-Iraakse grensgebied gestuurd. Cijfers die onder andere door de Verenigde Staten in twijfel getrokken worden. Al zegt de VS Turkije te steunen.
Irak is een kruidvat en nog heel ver verwijderd van de democratische droom die de Verenigde Staten met zich meebrachten bij hun inval.
Een democratie blijkt er voorlopig nog steeds niet werkbaar. Op 15 december vonden volgens de nieuwe grondwet verkiezingen plaats. Geen van de partijen wist een absolute meerderheid te behalen. Van de 275 zetels gingen er 128 naar de Verenigde Iraakse Alliantie (sjiitisch), 53 naar de Democratische Patriottische Alliantie van Koerdistan en 44 naar het Iraaks Akkoord Front (soennitisch). Daarnaast veroverden negen andere partijen één of meer zetels.
De regering slaagt er echter niet aan de hand van haar bestuur de Irakese inwoners een degelijk bestaan te garanderen.
Een rapport van ngo Oxfam en een aantal Iraakse hulporganisaties dat maandag bekend gemaakt werd bracht aan het licht dat bijna acht miljoen Irakezen dringende hulp nodig hebben.
Het gaat om vier miljoen Irakezen die niet regelmatig kunnen eten en verscheidene vormen van humanitaire hulp nodig hebben. Daarnaast zijn er nog eens vier miljoen ontheemden en vluchtelingen in Irak.
De Irakese regering is niet in staat de situatie in haar land in handen te nemen.
Ook de Amerikanen blijken geen oplossing voor de problemen te leveren. Daarnaast wordt de roep in de VS om een begin te maken met de terugtrekking van de 162.000 Amerikaanse militairen met de dag luider.
Maar de terugtocht uit Irak wordt een logistiek immense klus. Tienduizenden pantserwagens, jeeps en tanks moeten vanuit de grote Amerikaanse bases over de weg naar het zuiden, naar de havens van Koeweit. Evenals miljoenen tonnen gevaarlijke munitie, wc’s, tenten, veldkeukens, kantoorgerei en zelfs fastfoodrestaurants. De kilometerslange konvooien zullen snel een dankbaar doelwit vormen voor het verzet.
Ruim drieduizend konvooien zullen er nodig zijn gedurende een klein jaar, zo berekende onlangs een hoge militair in Bagdad, om het overgrote deel van de troepenmacht en hun materieel weg te halen uit het oorlogsgebied. En de vraag is gerechtvaardigd of ze zich schietend een weg uit Irak zullen moeten banen naar Koeweit. ‘Een omvangrijke logistieke onderneming’, zo noemde minister van Defensie Robert Gates een terugtrekking uit Irak. De vraag wat er met Irak zal gebeuren wanneer de Amerikanen zich teruggetrokken hebben is onduidelijk.
De nationale voetbalploeg waarin Soenieten, Sjiieten en Koerden samen streden en de overwinning behaalden krijgt nu door velen de zware last van “hoop voor de toekomst” opgelegd. Er is echter nog een lange weg van zowel nationale symbolen alsook nationale stevige wetten en ordehandhaving te gaan vooraleer Irak een stap dichter kan zetten tot een stabiele natie. Een uitdaging die vooral de Irakezen zelf dienen op te nemen.

Pieter M

zondag, mei 20, 2007

Principes en verkiezingen


Naar aanleiding van Rerum Novarum pleitte Yves Leterme voor het welvaartsvast maken van alle uitkeringen ( leefloon, ziekte- en werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, kinderbijslag, ... ).
Tevens hekelde hij paars omdat ze de twee hoogste belastingschijven ( 52,5% en 55% ) afgeschaft heeft.
Eerder distantieerde hij zich ook reeds van het JONGCD&V-standpunt dat werkloosheidsuitkeringen in de tijd beperkt dienen te worden.

Nochtans is Cchristendemocratie een verhaal van rechten èn plichten. We hebben de plicht om solidair te zijn met de zwakkeren in onze samenleving, maar deze hulp mag niet onvoorwaardelijk zijn. Werklozen en leefloners krijgen een uitkering om de periode te overbruggen waarin ze actief naar werk zoeken of zichzelf bijscholen, niet als luiheidspremie waar niks tegenover staat. Wanneer Yves Leterme leefloon- en werkloosheidsuitkeringen welvaartsvast wil maken, lijkt me dit slechts verdedigbaar indien hier voorwaarden aan gekoppeld zijn ( bv bepaalde termijn binnen dewelke je een job moet gevonden hebben ). Ik heb echter niets van dat laatste in zijn speech gehoord en dit kan verkeerdelijk de indruk geven dat de sociale zekerheid nog steeds een 'hangnet' ipv een 'vangnet' is.

Eén van de rechten die centraal staan bij Christendemocraten is het recht op zelfontplooiing. Volledig in lijn hiermee is dan ook de paarse beslissing om de hoogste belastingschijven ( 52,5% en 55% ) af te schaffen. Zelfs Johan Vande Lanotte erkent dat het onrechtvaardig is om mensen meer dan 50% belasting op hun loon te laten betalen ( vergeet niet dat met de sociale zekerheidsbijdragen erbij men bovenop de belastingschijf van 50% nog eens 13,07% betaalt als werknemer en de werkgever ook reeds meer dan 30% sociale bijdragen betaald heeft. Met de beroepskosten reeds meegerekend staat iemand in de hoogste schijf met gemak meer dan 70% van zijn totale loonkost af aan de staat ).
Refererend aan de parabel van de talenten moet een Christendemocraat mensen aanmoedigen om te werken en hun talenten te ontwikkelen, ipv ze 'onder de grond weg te steken'. Blijkbaar is het ontmoedigen van mensen om hard te werken een onderdeel van Letermes 'rechtvaardigheidsagenda'. Ik vraag me dan ook af op welke wijze de zwaksten in onze samenleving hiermee gebaat zijn...

Net zoals de slogan 'goed bestuur' wat inhoudsloos klinkt nu twee Vlaamse CD&V-ministers de kieslijst trekken, klinkt ook de kritiek op het ethisch beleid van paars wat hol, aangezien CD&V nu reeds zegt dat ze bij een eventuele beleidsdeelname niets zal doen om ook maar enig ethisch dossier bij te sturen. Indien men de kritiek van CD&V op het ethisch beleid van paars volgt, waarom zou men dan op haar stemmen? Omdat CD&V een ander beleid zou gevoerd hebben of omdat CD&V van plan is een aantal wijzigingen door te voeren? Inderdaad, het volstaat niet te zeggen dat men iets niet zou gedaan hebben, als men tegelijkertijd zegt dat men, zelfs als men de kans heeft, er toch niks aan wil en zal veranderen; in dit geval zwijgt men beter. Zeker inzake euthanasie lijkt me dit frappant, aangezien men er daar toch in zou moeten kunnen slagen om een palliatieve filter in de wet in te laten schrijven...

Tot slot vraag ik me af wat CD&V nu wil bereiken met een staathervorming? Gaat ze voor een regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid en de vennootschapsbelasting of eerder voor een aantal symbooldossiers zoals de splitsing van BHV en de regionalisering van de kinderbijslag? De eerste twee zaken lijken me inhoudelijk immers een stuk belangrijker dan de laatste twee symbooldossiers. Wat nu de prioriteiten van het Vlaams Kartel zijn weet ik niet buiten de vage verklaring van Leterme dat een staatshervorming "alle mensen ten goede moet komen, zowel in het noorden als het zuiden".

Laat CD&V a.u.b. niet terug de oude machtspartij worden die ze vroeger was: tegelijk warm en koud blazen en uitblinken in wolligheid. Laat haar dezelfde beginselvastheid en duidelijkheid tentoonspreiden als in de tijd van de N-VA-crisis. Op lange termijn loont dat meer dan kortzichtig electoraal gespin!

Alexander L

zaterdag, april 14, 2007

Kieskringen


Pleidooi voor een terugkeer naar regionale kieskringen

Politici menen dat de media meer macht hebben dan het geval blijkt te zijn. Dit is de conclusie van een onderzoek van de Universiteit Antwerpen.
De invloed van de media is inderdaad minder groot dan men vaak denkt. Rechtstreeks heeft de media slechts een zeer beperkte invloed, zeker op het effectieve legislatieve proces. Onrechtstreeks is hun macht echter wel groot, maar dit is voornamelijk de schuld van de politiek zelf.

Vandaag de dag bestaat een politicus enkel nog wanneer hij of zij regelmatig in de media aan bod komt. De kranten, het journaal, de zetel van Ter Zake,… flauwe quizzes, “infotainment” programma’s, de Laatste of de populaire zaterdag- of zondagavond-show. Wie zijn sympathiek glimlachende kop er niet aan verkocht weet te krijgen kan niet rekenen op een plaats op de lijst bij de eerstkomende verkiezing.
Enkel wie via de nationale media aan bod komt zou over bekendheid bij de mensen kunnen beschikken. Dit is echter een grove misvatting.
Voor het overgrote deel van de Vlaamse politici is een occasionele vermelding in de streekpagina’s of een figurantenrol op een foto van de zoveelste gouden bruiloft al heel wat. De meeste politici halen hun stemmen en bekendheid door hun aanwezigheid bij de mensen zelf. Aanwezigheid op honderden activiteiten, vieringen, recepties van de duizenden verenigingen die Vlaanderen rijk is levert de Vlaamse politici niet alleen stemmen op maar ook de broodnodige voeling met de burger. 95% van Vlaanderen’s politici leven onder de mensen. Ze zijn overal maar doen dit naast hun dagjob of het uitvoeren van hun mandaat. De deur aan deurbezoeken en het midden de mensen zijn mogen dan volgens de media oerouderwets zijn, ze blijken nog steeds de beste garantie op een zitje in de gemeente- en provincieraden.
De media zien het echter niet zo en laten enkel een select groepje van hun uitverkorenen op nationaal niveau aan bod komen. Dit betekende in het systeem van de oude kieskringen echter niet dat de politici, die toevallig niet de juiste kop voor tv hadden, niet naar het parlement konden.
De drang naar politieke gemakzucht heeft paars echter doen besluiten te opteren voor een kiesomschrijving waarbij het enkel nog nodig was om enkele, al dan niet politieke bv’s uit te spelen om de nodige zetels binnen te halen. Enkel zij die op tv of in de krant komen kregen aldus nog een plaats op de Vlaamse en federale kieslijsten.
Hoe actief een politicus ook mag zijn, een ganse provincie bestrijken op gebied van effectieve aanwezigheid is onmogelijk. Omdat de paarse partijen blijkbaar liever gokken op bekende mediafiguren dan op gewone bekwame politici, worden alle politici en partijen vandaag gedwongen mee te gaan in het verhaal van de media.
De media heeft zichzelf echter wijs gemaakt dat politiek de mensen niet interesseert. Enkel een simpele of shockerende boodschap kan nog op de voorpagina. Het effectieve politieke werk opvolgen is er teveel aan geworden. Tegenwoordig worden de simpelst opgestelde persberichten gewoon letterlijk overgenomen.
Uiteraard blijkt dus dat media geen macht hebben op politiek, het legislatieve werk krijgt hun aandacht niet en de kennis hieromtrent is dan ook zo goed als volledig aan het verdwijnen binnen de 4e macht.
Dat dit negatieve gevolgen heeft voor onze democratie mag blijken uit het feit dat de paarse meerderheid royaal haar voeten veegt aan haar parlementaire verantwoordelijkheden. Er is toch geen aandacht voor een sterk opgestelde parlementaire vraag, geen respect voor een verheldering opleverende interpellatie,… Waarom zouden ze er dan nog tijd en moeite insteken? Enkel hippe ballonetjes die achteraf toch niet omgezet worden in een wetsvoorstel leveren nog aandacht en dus stemmen op. Vele van onze hedendaagse verkozenen weten overigens niet eens hoe het parlementaire werk in elkaar steekt en hebben er de interesse, noch mogelijkheden of talenten voor. Ze zijn er immers enkel verkozen omwille van hun populariteit en dito stemmen.
De democratie leidt hier ook onder. Het leveren van goed werk, wordt niet automatisch meer beloond bij de verkiezingen. Het beoordelen van iemand op de televisie en aan de hand van een foto en simplistisch tekstje of interview in de krant biedt minder mogelijkheden dan wanneer dit face to face zou kunnen. Deze soort politici kan dan ook moeilijker door de mand vallen dan de gewone politici die zich dagelijks onder de mensen begeven.
De partijen die de omvorming van de kiesdistricten hebben aangepast zijn verantwoordelijk voor de infantilisering van onze politieke democratie. Gemakzucht bij deze partijen heeft tot een mindere kwaliteit van politici geleid, tot een mindere kwaliteit van het parlementaire werk, tot een nog grotere gemakzucht en geringere interesse bij de media en tot minder mogelijkheden van politieke controle door de burgers.
Dat de media het infantieler aanpakt hoeft echter niet te betekenen dat de politiek zomaar moet volgen. De oude kieskringen zorgden ervoor dat politici de zogenaamde vierde macht niet slaafs hoefden te aanbidden.
Enkel door een terugkeer naar de oude kieskringen kunnen we onze nationale democratie en politiek terug bij de burgers brengen en van politiek terug een serieuze stiel maken.

Benjamin D

zondag, januari 14, 2007

De verheven mens



De mens in haar meest wezenlijke aspect kent voornamelijk dierlijke kenmerken. Daarnaast kent de mens tevens heel wat verheven kenmerken. De verheven kenmerken zijn echter te ontwikkelen, ze zijn als het ware de overwinning van het verhevene op het eigenlijke menselijke, wat dierlijk is, met slechts potentieel tot het verhevene. Alle mensen kennen een gelijkaardige hoeveelheid dierlijkheid, doch in sommige ligt het potentieel tot het verhevene, een voedingsbodem als het ware hiervoor, hoger dan bij anderen.
Voortkomend uit haar eigen creatie, zijn er enkele paden die de weg naar het verhevene, en de beleving van het verhevene, bewandelen.
Om ten volle mens te zijn, om het verhevene aspect van het menszijn na te streven, dient de mens zich toe te leggen op en te verpozen met zaken die haar verheffen. Wie ten volle mens in haar meest verheven vorm wenst te zijn, dient de vijf pijlers als leidraad in zijn of haar leven te hanteren.

De 5 pijlers

Geschiedenis

De mens staat niet los van de mensheid. De wereld waarin we leven en waarin we geboren worden is de wereld die door onze voorvaderen bewoond en opgebouwd werd. Voor hen werd de wereld bewoond en opgebouwd door hun voorvaderen. Om onszelf, de mens en de mensheid te kennen, dienen we de geschiedenis te bestuderen. We kennen onszelf, de mens, de mensheid en de maatschappij pas door het bestuderen van onze geschiedenis. Zelf historisch onderzoek doen is bijdragen aan de mogelijkheden die kennis te vergroten en te verwerven.

Filosofie

Het nadenken over ons bestaan, het zijn, is essentieel om onszelf te kunnen duiden en plaatsen. Kennis begint bij zelfanalyse. Analyse van de mens en de mensheid begint bij het gebruiken van onze grootste kracht, ons brein, in al haar dimensies en met al haar toepassingsmogelijkheden. De wegen van onze gedachten zijn oneindig en ons krachtigste wapen. Filosoferen is het verkennen van die wegen, is het ontwikkelen van de mogelijkheden van dat krachtige wapen.

Politiek

De organisatie van onze wereld, onze maatschappij, dienen we te kennen om onszelf, de mens en de mensheid te kunnen plaatsen. Politiek bestuderen is het bestuderen van onze maatschappij en de structuren die we ze geven om ze leefbaar te maken. Aan politiek doen is bijdragen tot het proces waarbij we onze maatschappij vormen en verder doen gaan. Politiek is in samenspraak en door samenwerking met anderen, voor anderen onze maatschappij en toekomstige maatschappij vormen, instandhouden en verderzetten.

Literatuur

Het weergeven van al wat menselijk is en eigen aan de mens in woorden is een van de mens haar grootste mogelijkheden. Het verheft haar en haar handelingen. Het bestuderen en lezen van literatuur leert ons de mens kennen in haar meest aardse en verheven vorm. Het lezen van grootse literatuur maakt ons menselijker.

De Kunsten

Beeldhouwkunst, schilderkunst en muziek weten het menselijke, de eigenschappen van de mens alsook haar emoties en emoties an sich weer te geven op visuele of auditieve manier. Het bestuderen maar vooral het bewonderen van deze kunsten verheft onze emoties en ons menszijn naar de hogere niveaus van het verhevene.

Benjamin D

vrijdag, december 01, 2006

Dedecker



Jean-Marie Dedecker is al sinds zijn intrede in de politiek een man van de controverse geweest. Hij slaagt er met de regelmaat van de klok in de pers te halen met steeds spectaculaire en bij een groot publiek gesmaakte onderwerpen. Mediacatchers van het binnensmokkelen van een journalist in de cel van Dutroux tot het aanklagen van doping in het Belgische wielrennen. Maar ook standpunten als het pleiten voor minder superboetes en het recht om (zeer) snel te mogen rijden.
Zijn meerwaarde in de politiek is er steeds een van uitsluitend electorale aard geweest, en dit gebaseerd op zijn voornamelijk populistische uitspraken.
Een Dedecker die binnen de lijntjes zou gaan lopen zou geen Dedecker zijn met een gelijkaardig stemmenpotentieel.
Ook NVA ziet dit uiteraard in. De kans dat NVA aldus verwacht van Dedecker dat hij een brave jaknikker zal worden is niet bestaande.
Waarom zou NVA dat overigens willen?
Bourgeois is bij de gemiddelde Vlaming misschien half bekend als de minister die het Tony Mary moeilijk maakte, maar dat hij NVA’er is zal voor velen onbekend zijn. Laat staan dat de afbeelding of naam van Bart De Wever een associatie met de Vlaamse nationalisten teweeg brengt bij de gemiddelde Vlaming. Met Dedecker heeft NVA een bekend gezicht en kleurrijk figuur binnengehaald.
Net wat de partij nodig had.

Kartel

De federale verkiezingen van 2003 brachten voor CD&V niet de gehoopte revival.
NVA werd, op Bourgeois na, naar huis gespeeld. NVA was in principe een eenmansfractie geworden. Het einde van haar bestaan leek eraan te komen. Een speciale regeling was zelfs nodig om haar nog van financiële dotaties te voorzien.
In 2003 was CD&V een partij die zowel Vlaams als federaal in de oppositie zat. Een partij die zich van volkspartij tot een Christendemocratische partij aan het omvormen was, een partij op zoek naar zichzelf.
De visie van de nieuwe voorzitter, Yves Leterme, dat er een potentieel lag in een Vlaams profiel was terecht.
CD&V ging voor de Vlaamse verkiezingen van 2004 met NVA een Vlaams kartel aan, in de hoop dankzij de som van één plus één drie te bekomen maar ook om haar Vlaamse karakter te benadrukken.
De som bleek met moeite 2 te zijn, maar dat was toch genoeg. Het kartel CD&V-NVA werd de grootste politieke formatie in Vlaanderen.
Naar 8 oktober toe drukte CD&V overal in Vlaanderen de kartellijsten er lokaal zo veel mogelijk door, ook provinciaal. Dit als garantie om NVA aan boord te houden in 2007. NVA stelde hoge eisen. In vele gemeenten was hun aanwezigheid, laat staan invloed, voor 8 oktober 2006 zeer miniem tot niet bestaande.
CD&V daarentegen is lokaal nog steeds zowat de sterkste partij in Vlaanderen, onder andere met het grootst aantal burgemeesters.
NVA heeft na 8 oktober in die vele gemeenten een schepenambt mee kunnen pikken. Op die manier heeft CD&V een verankering voor NVA op lokaal niveau gecreëerd.
Maar al sinds het ontstaan van het kartel bleken andere maten en gewichten te gelden voor de twee partners.
In Izegem bijvoorbeeld, de thuisbasis van NVA boegbeeld minister Geert Bourgeois kwam er geen kartel voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2006. De deur bleek uiteindelijk te klein om er samen, op één lijst, door te kunnen gaan.
Het geschenk van 8 oktober is een veel groter cadeau dan men zou kunnen denken. De lokale verankering van een partij is haar garantie op voortbestaan. CD&V deed dit om zich te verzekeren van het Vlaams kartel voor de verkiezingen in 2007.
Vandaag weten we beter…

Leterme

Waar kunnen we het succes van het Vlaams kartel aan toeschrijven? Ongetwijfeld voor een niet onaanzienlijk deel aan de populairste politicus van Vlaanderen, minister-president Yves Leterme.
Yves Leterme slaagde er de afgelopen jaren niet alleen in zijn eigen populariteit in stijgende lijn te houden, maar meteen ook die van zowel zijn eigen partij als van het CD&V-NVA kartel. Binnen de eigen partij komt enkel Vervotte en oudgediende Jean-Luc Dehaene, in de nabije buurt van zijn positie in de ‘pop-poll lijsten’.
Verder kan de gemiddelde Vlaming meer CD&V’ers actief in hun gemeente opnoemen dan Vlaams of federaal. Het is duidelijk; Leterme is (was) op zijn eentje het populairste kartel van Vlaanderen.
Over de NVA kopstukken hoeven we het als het op populariteit aankomt niet eens te hebben, die is compleet verwaarloosbaar.
De hoofdvraag vandaag, nu de brokken verdeeld zullen worden, is echter of de populariteit van Leterme en de hernieuwde hipheid van CD&V (populairste partij bij de Vlaamse jongeren vandaag) bij de Vlaamse verkiezingen zonder NVA ook groot genoeg geweest zou zijn.
Een vraag waar echter geen antwoord op te geven is.

Toekomst

Met een VLD die zich als progressief wil profileren is er binnen politiek Vlaanderen een ruimte op (‘democratisch’) rechts ontstaan.
Het rechts-liberale project waar Dedecker en kompaan Bouckaert op uit waren nadat Dedecker uit de VLD gezet was, is blijkbaar complementair met de visie die NVA blijkt te hebben. Met name de ruimte op rechts invullen en aldus uitgroeien tot een volwaardige partij die geen angst dient te hebben voor de kiesdrempel en geen nood heeft om aan de rokken van grote zus CD&V te blijven hangen.
Dankzij de lokale verankering en de deelname aan het Vlaamse beleid kan NVA nu de sprong naar onafhankelijkheid ook relatief zorgeloos maken.
De zet om Dedecker binnen te halen zal voor NVA waarschijnlijk heel wat positieve gevolgen kennen. Niet alleen geeft NVA zo weer dat het een algemeen rechts discours wil gaan varen, dat ze de partij willen zijn die een dergelijke leemte kan opvullen, maar vooral zijn ze erin geslaagd een krachtig en zeer populair figuur binnen te halen.
Een figuur die heel wat ontevreden rechtse VLD stemmen kan afsnoepen en die ook in staat zou moeten zijn om heel wat stemmers van bij Vlaams Belang terug naar de meer gematigde Vlaams nationalisten te halen.
De slag die NVA haar voormalige kartelpartner CD&V verkoopt door het voordeel van de verrassing zal ongetwijfeld heel wat van de rechtse stemmen die het kartel wist te halen meenemen naar een onafhankelijke NVA-lijst.
Veel centrumrechtse CD&V’ers die een grote verbondenheid hebben opgebouwd met NVA, en voor wie Dedecker misschien zelfs aanvaardbaar zou kunnen worden, zullen achter het opzeggen van het kartel de hand van het linkse ACW zien.
Het is echter essentieel voor CD&V dat ze zich niet volledig tot de centrumlinkse kiesvijver (waarin momenteel zowat alle Vlaamse meerderheidspartijen vissen) laat terugdringen.
Indien CD&V de terechte keuze maakt het kartel te verlaten, voor NVA dat zelf zou doen, moeten ze duidelijk inzien dat ze intern de centrumrechtse en Vlaamse leemte zullen moeten invullen.
Het is essentieel dat CD&V nu, beter laat dan nooit, ook een volwaardige centrumrechtse noot binnen de eigen partij laat weerklinken. Dat CD&V aantoont dat de V in haar naam er niet enkel voor haar mooie klank staat.

Het was Yves Leterme die CD&V uit het dal wist te gidsen in 2004. Leterme is vandaag de populairste politicus van Vlaanderen en was, tot voor het bekendmaken van het aansluiten van Dedecker bij NVA, op zijn eentje het Vlaams kartel. Leterme dient nu de handschoen op te nemen en de Christendemocraten met een krachtige leiding de erfenis van het Vlaams kartel te doen opnemen. Duidelijke signalen zullen nodig zijn indien CD&V wil voorkomen dat zij opeens het kleine Vlaamse broertje zouden worden.

Pieter M

dinsdag, november 28, 2006

Immigratie



Volgens de Amerikaanse grondlegger van de wereld-systeem analyse, Wallerstein, gaat het kapitalisme haar einde tegemoet vanwege het steeds schaarser worden van goedkope arbeidskrachten. De denkpatronen en historisch onderbouwde feiten die Wallerstein reeds enkele decennia geleden tot deze conclusie deden komen zijn zeer plausibel. Het zestiende eeuwse Europa waar het kapitalisme het levenslicht zag heeft sindsdien steeds een expansief karakter gekend die haar voedde en in leven hield. Rechtstreeks- (Groot-Brittannië,… tijdens de 19e eeuw) of onrechtstreeks- kolonialisme (de Verenigde Staten tijdens de 20e eeuw) waren de voedingsbodems die nieuwe goedkope arbeidskrachten leverden aan de groei. De afgelopen jaren waren het de Oostblok landen, China, India,… die een nieuwe stroom aanboden.
Maar die stroom is volgens Wallerstein niet onuitputtelijk en telkens zouden in die nieuwe landen de lonen samen met de eisen voor welvaart stijgen. Tot elk land volledig geïncorporeerd zou zijn en er nergens nog mensen bereid zouden zijn om voor goedkope lonen te werken.
Het kapitalisme is vandaag alomtegenwoordig en Wallerstein’s wereld-systeem omspant de ganse aarde. Maar ondanks de incorporatie van alle landen en volken binnen dit systeem en tegen alle linkse visionaire stellingen in is het kapitalisme nog steeds alive and kicking.
Of het effectief zo is dat kapitalisme haar einde tegemoet zou gaan indien er niet langer goedkope arbeid voor handen zou zijn terzijde gelaten; de stelling van Wallerstein dat wanneer kapitalisme alle uithoeken van de aarde zou bereiken het een kwestie van tijd zou zijn voor goedkope arbeid zou verdwijnen, blijkt een illusie.
De man die een holistisch wereld-systeem zag, overzag binnen zijn stelling het feit dat globalisering en de creatie van de zogenaamde global village, de mazen van het net zeer groot maakt.

Het Italiaanse eiland Lampedusa zag het afgelopen jaar meer dan 10.000 illegale vluchtelingen toestromen. De Spaanse Canarische Eilanden maar liefst 19.000.
Honderdduizenden mensen proberen vanuit Afrika het beloofde land Europa binnen te komen.
Maar niet alle immigratie is zuid-noord gericht. Schattingen stellen dat voor de 62 miljoen immigranten die wereldwijd van zuid naar noord gingen, er ongeveer evenveel (61 miljoen) verhuisden van het ene ontwikkelingsland naar het andere.
Vooral ontwikkelingslanden die een ‘boom’ kennen zijn telkens grote magneten voor immigranten, stelt José Antonio Ocampo, de ondersecretaris-generaal voor Economie en Sociale Zaken van de Verenigde Naties.
De olierijke Golfstaten zijn grote aantrekpolen voor immigranten uit onder andere Afrika. De heropbouwende Argentijnse economie kent een toestroom van Bolivianen, Paraguayanen en Uruguayanen.
Immigranten uit Midden-Amerikaanse landen als Guatemala trekken naar Mexico.
Dergelijke ons vreemd in de oren klinkende bewegingen zijn nochtans zeer simpel te verklaren. In plaats van de grote onzekere sprong naar een onbekend Westers land gaan velen liever hun ietwat zekerdere kansen wagen in nabijer gelegen landen met gelijkaardig klimaat, godsdienst en taal.
En immigratie werkt immigratie in de hand. Doordat bijvoorbeeld in landen als Mexico dagelijks duizenden mensen de grens met Amerika proberen over te steken is er in grenssteden als Tijuana werk te vinden die niet ingenomen wordt door Mexicanen.
Want uiteindelijk draait het allemaal om het feit dat mensen van elders bepaald werk wel willen doen, die de lokale inwoners tegen lage lonen niet willen doen.
En hier is het dan ook dat Wallerstein’s visie de grenzen tussen theorie en realiteit niet weet te overbruggen.
Welke welvaart een land ook zal kennen, steeds zullen er stromen zijn die toch de honger naar goedkope arbeid zullen blijven voeden.
Deze realiteit is van groot belang voor de wereldeconomieën.
De landen van waaruit heel wat mensen vertrekken kennen essentiële instromen dankzij de terugvloeiende loontjes die in het land van herkomst grote bedragen betekenen. Afhankelijkheid van deze stromen is dan ook bij vele landen een potentieel probleem.
Zo bleek dat het instorten van de Argentijnse economie in 2001 een daling met 1 procent van het BNP van Bolivië betekende.
De Wereldbank schat echter dat de 70 tot 90 miljard dollar die jaarlijks door immigranten naar huis verstuurd wordt vanuit het ene zogenaamde derde wereldland naar het andere, bijna de helft van het totaal door immigranten naar huis verzonden kapitaal uitmaakt.
Voor de economieën waar de immigranten terecht komen blijkt hun toestroom echter even essentieel. Groeiende economieën als Thailand laten weten dat ze voor volgend jaar nog eens zo een 500.000 extra werkenden nodig hebben. Bij de eigen bevolking alleen kunnen ze die nooit vinden.
Veel landen als de Westerse landen, vooral Europese landen maar ook bijvoorbeeld Japan, hebben te kampen met economieën waarin enerzijds de rijke bevolking vele jobs tegen een laag loon niet aantrekkelijk genoeg vinden. Anderzijds is er een steeds ouder wordende bevolking met als gevolg ernstige tekorten aan jonge werkkrachten.

In de kapitalistisch geglobaliseerde wereldeconomie die we vandaag kennen blijft de zoektocht naar goedkopere arbeidskrachten even essentieel als voorheen. Maar ook de zoektocht in bepaalde werelddelen naar jonge, nieuwe arbeidskrachten stijgt enorm.
De stromen van mensen die de weg naar een potentieel beter bestaan zoeken, hun aanbod brengend naar daar waar de vraag bestaat – kapitalisme ten top - is niet zomaar een potentiële oplossing. De stranden van Lampedusa maar ook de vaak tevergeefse grensbewaking tussen Mexico en de VS of zelfs India en Bagladesh, tonen dat het een realiteit is.
De poorten van Europa blijken niet zomaar vergrendeld te kunnen worden, terwijl duizenden mensen willen binnenkomen.
In een steeds ouder wordend werelddeel waarin we onze economie onvoldoende kunnen voorzien van arbeidskrachten op alle niveaus is het noodzakelijk dergelijke realiteiten onder ogen te zien. De noodzaak dringt zich hoogdringend op om het immigratiedebat openlijk aan te kaarten en zowel de problematiek als de potentiële opportuniteit te bespreken.

Pieter M

David Cameron



De Britse Conservatieven staan er goed voor. In de pijlingen scoren ze hoog, hun nieuwe leider David Camoron is populair. Reden van de ommekeer zijn de vernieuwende politieke zetten die de partij en vooral haar leider de afgelopen maanden maakten. Zo sprong Cameron op de kar van het ecologisch conservatisme. Met ‘go green, vote blue’ pleit hij voor een milieuvriendelijker omgaan met het milieu en wil hij de aandacht vestigen op de klimaatveranderingen. Blair mocht dan wel met Schwarzenegger het plan voor verminderde broeikasgassenuitstoot van Californië gaan voorstellen; het is Cameron die erin slaagt in Groot-Brittannië zich het imago van groene jongen aan te meten.
Naast het imago van milieubewust speelt Cameron tevens zijn kaart van jonge vader, gezinsman uit. Op zijn persoonlijke videoblog zijn beelden te zien van Cameron in de keuken, op de achtergrond hangt de was te drogen, kinderen spelen,… Beelden en situaties waarin de modale Britten zich kunnen herkennen, waarin ze Cameron als één van hen in kunnen zien.
Nochtans is Cameron hardly de modale Brit te noemen. Zoon van een rijke makelaar, wonend in een huis van 1,1 miljoen pond te Kensington en product van een typisch higher upper-class opleiding in Eton. Eton, gesticht in 1440 is de absolute trainingschool voor de elite. Maar liefst 19 van de Britse eerste ministers kunnen ze op hun lijst van ex-leerlingen schrijven. De laatste dateert echter van de jaren ’60 maar we kunnen van een comeback spreken aan de top van de Britse conservatieve partij. Drie van de leden van Cameron’s schaduwkabinet zijn Etonians. Ook zijn verkiezingscampagneleider en speechschrijver en nog een tiental andere medewerkers gingen naar Eton.
Naast de Eton-stempel is er ook het feit dat Cameron, net als heel wat van zijn collega’s binnen de schaduw regering, deel uitmaakt van een typisch Britse gentlemen’s club. Cameron behoort, net als zijn vader, tot een van de allerhoogst aangeschrevenen; White’s. Ander collega clublid, doch geen Etonian, is de schaduw-chancellor George Osborne, erfgenaam van de een erfelijke adellijke titel alsook een groot bijhorend fortuin.
Het beeld van een partij voor de rijksten waar enkel de adellijken tot de hoogste regionen konden doordringen werd destijds door niemand minder dan Thatcher teniet gedaan. Als dochter van een kruidenier, maar vooral als vrouw, brak zij met heel wat tradities binnen de partij en wist ze er het beeld van te veranderen.
Ondanks het feit dat de zogenaamde oude garde (of toch de oude klasse) het bij de Britse conservatieven terug voor het zeggen heeft slagen ze er in om een politiek programma voor te staan dat alle Britten aanspreekt, om met een vernieuwend imagocampagne de modale Brit aan te spreken.
De Britten willen van Blair af en zijn klaar voor veranderingen, of het Blair’s opvolger in eigen partij Gordon Brown zal zijn die Groot-Brittannië binnenkort zal mogen gaan leiden lijkt echter nog niet zo zeker. De Britse conservatieven lijken er in ieder geval klaar voor.

Pieter M

De heilige drievuldigheid van VLD



Halverwege de jaren 70 leerden Karel De Gucht, Guy Verhofstadt en Patrick Dewael elkaar kennen in het Liberale studentenleven. Karel De Gucht was voorzitter van het Liberale Studentenverbond van 1975 tot 1977. In 1978 volgde Patrick Dewael hem op. De banden trokken zich door binnen de jongeren van de toenmalige PVV, waar Verhofstadt in 1979 voorzitter werd.
Sinds die jaren is elke verandering in het liberale politieke landschap rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg van de handelingen van een van deze drie heerschappen. Samen of tegen elkaar optredend slaagden Dewael, Verhofstadt en De Gucht erin een grootse politieke carrière uit te bouwen die van hun Vlaamse en Belgische toppolitici maakten, alsook de ontastbare alleenheersers van hun partij.
De oppermacht van deze drie heren, maar tevens hun ongenadige tactieken om die macht te behouden, kwamen na de gemeenteraadsverkiezingen zeer duidelijk aan het licht tijdens de zaak Dedecker. Een van de populairste politici binnen de VLD werd genadeloos de deur gewezen vanwege zijn dwarsliggen bij de coalitievorming in Oostende. Dat de zware sanctie iets te maken had met het feit dat Vande Lanotte daar de plak zwaait en dat de VLD plat op de buik dient te gaan voor haar paarse partner speelt waarschijnlijk een minder belangrijke rol. Reeds sinds voor de verkiezingen is de VLD top helemaal niet op zoek naar een ideale reden naar het ideale, maar naar een ideaal moment om Dedecker buiten te smijten. Want de reden is er; Dedecker lag vaak dwars en was te machtig aan het worden. Dat Dedecker de clash in Oostende met Vande Lanotte niet kon winnen wisten ze maar al te goed. Ook Dedecker zelf wist dit en weigerde daarom aanvankelijk op te komen. In ruil voor grote beloften betreffende de federale verkiezingen van 2007, hapte hij tenslotte echter toe. Van op de lijstduwerplaats had hij minder te vrezen voor een afgang en de kans om zijn ware doel te bereiken was er: federaal minister worden.
Dedecker is al sinds zijn intrede in de politiek een man van de controverse geweest. Hij slaagt er met de regelmaat van de klok in de pers te halen met steeds spectaculaire en bij een groot publiek gesmaakte onderwerpen. Mediacatchers van het binnensmokkelen van een journalist in de cel van Dutroux tot het aanklagen van doping in het Belgische wielrennen. Maar ook standpunten als het pleiten voor minder superboetes en het recht om snel te mogen rijden. Dedecker was aldus lang een man die potentieel stemmen voor VLD kon weghalen bij Vlaams Blok, later Vlaams Belang. Hij was in ieder geval een politicus die rechtse VLD stemmen bij de partij hield in tijden dat VLD steeds meer linkse toegevingen moest doen om paars en zichzelf in stand te houden. Toen hij voor zijn weg richting de top van de partij echter koos voor de aanval op zijn eigen partij en partijgenoten trapte hij op heel wat gevoelige tenen.
Maar Dedecker is een stemmenkanon en in tijden van steeds slechtere opiniepeilingen bleef hij als een rots in de branding hoog scoren. Bij de voorzittersverkiezingen van zijn partij slaagde Dedecker erin het Somers aardig moeilijk te maken. Met 38% van de stemmen bleek hij een grote basis te hebben bij de partijleden wat de VLD top dwong hem te dulden binnen de hoogste regionen van de partij. Dedecker mocht een congres voorzitten en kreeg geen tegenkanting meer wanneer hij voor de zoveelste keer met zijn uitspraken uit de bocht ging. Bij de publicatie van zijn boek “Rechts voor de raap” keken alle VLD toppers de andere kant uit voor de vele harde uitspraken aan hun adres.
Het zag ernaar uit dat de VLD Dedecker in haar rangen zou blijven dulden. Maar dat was buiten de heilige drievuldigheid van de VLD gerekend.
Op het moment zo ver mogelijk verwijderd van de federale verkiezingen, maar na de gemeenteraadsverkiezingen, werd Dedecker gedumpt. Eerst gaf Tommelein de aanleiding door Dedecker te beschuldigen van partijverraad bij de coalitiebesprekingen in Oostende. Somers maakte de job af en zette een verontwaardigde en verraste Dedecker buiten. Lang werd gespeculeerd over de mogelijkheden van Dedecker om uit de partij te stappen en een groot kiespubliek mee te kunnen nemen, misschien zelfs een breuk binnen de VLD te verwezenlijken. De komende maanden naar de federale verkiezingen toe zou dit scenario nog meerdere malen aan bod gaan komen en misschien zelf verwezenlijkt worden. Dat zou een ramp betekenen voor VLD. Die bom is nu echter ontmanteld. Dedecker dacht de tacticus te kunnen blijven spelen, recht de federale regering binnen, maar dat was uiteraard buiten de meestertactici gerekend.
Nieuwe zet bij VLD is het binnenhalen van Noël Slangen als officiëel strateeg van de partij. Bij de campagne straks staat veel op het spel: het behouden van de macht. De strijd is geopend en het zal er hard aan toegaan. Maar dat de campagne vooral op Verhofstadt in de eerste plaats, in tweede instantie op de twee andere toppers, zal toegespeeld worden is duidelijk. De Jean-Marie Dedecker’s van deze wereld mogen dan heel wat stemmen opleveren, in een partij als VLD geeft je dat geen enkele bescherming wanneer je al te veel voor de voeten (en in het spotlicht) van de toppers gaat staan.

Pieter M

Vertegenwoordiger des volks
















Onlangs was het terug zover, de hoogdans van de democratie, het moment dat wij burgers onze vertegenwoordigers verkiezen, deze keer op provinciaal en lokaal niveau.
Eens was het zo dat ons bestaan bepaald werd door anderen zonder dat zij daarvoor onze goedkeuring op basis van een ingekleurd bolletje gevraagd hadden.
Maar vandaag de dag hebben we een overheid die voor ons zorgt, een overheid die over ons waakt.
Wie of wat is die overheid? Een kollos die los staat van alles en iedereen, en verbonden is met ons. De overheid zijn wij. Wij burgers bepalen zelf wie ons zal vertegenwoordigen in de glazen olifant die ze geworden is.
Wie kunnen we verkiezen tot onze vertegenwoordigers?
Een keuze waarbij de politieke partijen ons een handje helpen.
De partijen, krachtige creaturen die al de eigenschappen van haar ultieme streefdoel, de overheid, heeft overgenomen helpt ons door die mensen verkiesbaar te stellen waarvan ze denken dat ze bij ons burgers het best in de smaak zouden kunnen vallen.
Een lijst met potentiële verkiesbaren op basis van potentiële populariteit. Ideologie speelt daar tegenwoordig geen rol meer bij, zelfs als marketingtool voor de partijen is de rol van ideologie grotendeels uitgespeeld. Het behalen van het groots aantal vertegenwoordigers om te kunnen besturen, om de weg van de overheid te kunnen bepalen is het belangrijkste. En dit niet geheel onterecht, uiteindelijk hebben we geen nood aan enkel filosoferende vertegenwoordigers, er dient gewerkt te worden, er dienen resultaten behaald te worden, onze overheid moet draaien.
Toch is het zo dat ondanks de nuchtere eindoefening van het ganse proces, de beginoefening niets meer dan een show is. Verkiezingen, het bepalende moment van ons democratische spel draaien uiteindelijk om niets meer dan simpele flashy woorden en dito voorstellen verkondigd door leuk uitziende en uit niets meer dan luchtkastelen imago’s bestaande non-personen.
Het niveau van de nietsvermoedende jonge dames en overambitieuze, inhoudsloze het niveau van de ingeslapen derdemiddelbaar leerkracht - mannen niet overstijgende verkozenen is vaak beschamend. Doch stel je niet al te teleur over het feit dat ze het verkiezingsprogramma van hun partij niet kennen, veel meer dan de gemiddelde reclamefolder houden deze immers niet in. Loze beloften over een onduidelijk en weinig efficiënt lapmiddel voor een door derden gecreëerd niet bestaande nood of behoefte.
Dat politiek vandaag het speelveld van door marketingjongens en meisjes gecreëerde popsterretjes geworden is mag ons niet al te veel verwonderen. We hebben er namelijk - de kiezer is keizer, de kiezer heeft altijd gelijk - zelf voor gekozen.
Indien we non-personen blijven verkiezen met duizenden stemmen zullen dergelijke creaturen steeds meer plaatsen op de lijst gaan innemen.
De burger wil eerlijke politici, niet corrupt, altijd bereikbaar, altijd glimlachend en bezorgd voor de kleine man. De kiezer wil een ideaalbeeld om zich te vertegenwoordigen. Maar ideaalbeelden bestaan enkel in films en tv-series. Logisch gevolg dan toch, dat de partijen “bekende Vlamingen” op hun lijsten plaatsen, en dat politici zelf de gewoonten van BV’s gaan overnemen.
Bestaat de ideale politicus? Alles hangt er natuurlijk van af wat we onder dat ideaal willen verstaan. Een non-persoon, een personage die niet meer is dan een karikatuur van een simplistisch personage uit een derderangs romannetje of één dimensioneel afgebeelde rol in een serie of film?
Neen, onze vertegenwoordigers dienen te zijn zoals wij. Echte mensen, maar dan wel de besten onder ons. Mensen die bestaan uit betere en mindere eigenschappen, gene die schaamteloos tentoongespreid worden ter meerdere eer en glorie van de bij het hoi polloi o zo geliefde kwetsbaarheid, maar eigenschappen die des mensen zijn. Eigenschappen die ons groots en geliefd, doch ook menselijk in onze grootsheid maken. Een waardige vertegenwoordiger des volks is groots, ook in zijn menselijkheid, doch nooit elitair.
Wie zal ons leiden in de veldslag, wie zal ons gejuich en applaus waardig zijn. Wie zal ons als volk vertegenwoordigen.
De echte vertegenwoordigers, waardig om zich onze vertegenwoordiger te noemen, ze zijn uiterst zeldzaam geworden, ze dateren jammer genoeg van lang vervlogen tijden.
Doch is dit hun schuld, de schuld van “de politiek”? Zij die het in zich hebben om groots te zijn en om hen die ze vertegenwoordigen grootse dingen aan te bieden, er zijn er meer dan we denken, moeten hun gedachten vertalen in soapserie waardige verhaallijnen, dienen om de haverklap met leuke ideetjes aan te draven en vooral met de regelmaat van de wekelijkse serie het scherm te halen om toch maar het spel te kunnen blijven meespelen. De hedendaagse politicus heeft dan ook een gelijkaardige versheiddatum als de gemiddelde derderang tv-serie waarmee het gros van onze medeburgers hun avonden entertaint weten.
Zolang de burger voor show blijft kiezen zal ze minderwaardige adepten als haar vertegenwoordigers krijgen, en zullen de potentieel grootse politici de kans nooit krijgen zich te ontplooien.

Benjamin D

zondag, september 10, 2006

Leterme

















De opvolger van Stevaert is er, en het is een Christen-democraat. Toppolitici die wegkomen met gelijk welke uitspraak, met hun aanwezigheid in alle amusementsprogramma’s en die desondanks politiek inhoudelijk toch serieus genomen worden, ze komen niet zo vaak voor. Yves Leterme slaagt er echter niet alleen in zijn eigen populariteit in stijgende lijn te houden, maar meteen ook die van zowel zijn eigen partij als van het CD&V-NVA kartel. Binnen de eigen partij komt enkel Vervotte in de nabije buurt van zijn positie in de ‘pop-poll lijsten’. Verder kan de gemiddelde Vlaming meer CD&V’ers actief in hun gemeente opnoemen dan Vlaams of federaal. Bourgeois is bij de gemiddelde Vlaming misschien half bekend als de minister die het Tony Mary moeilijk maakt, maar dat hij NVa’er is zal voor velen onbekend zijn, laat staan de afbeelding of naam van Bart De Wever een associatie met de Vlaamse nationalisten teweeg brengt.
Het is duidelijk; Leterme is op zijn eentje het populairste kartel van Vlaanderen.
Sinds enkele maanden is de Vlaamse minister-president begonnen met zijn profilering voor de komende federale verkiezingen. Leterme is niet langer de saaie boekhouder die doet wat gedaan moet worden, sinds enkele maanden is hij de enige Vlaamse politici die ook zegt wat gezegd moet worden.
CD&V ging in kartel met NVA om dankzij de som van één plus één drie te bekomen (de wiskundige regels werden echter niet geschonden, één plus één bleek nog steeds twee te zijn) maar ook om haar Vlaamse karakter terug wat te benadrukken.
Met Brussel-Halle-Vilvoorde bleek dat de kersverse coalitiegenoten van CD&V hun Vlaams woord niet in een federale daad konden omzetten. Om de mogelijkheid weg te nemen zelf slachtoffer te worden van het niet naleven van een gegeven woord, hield Leterme het vervolgens enkele maanden bij hard werken zonder veel tralala. Maar naarmate zijn populariteit ging stijgen en de vraag of hij kandidaat premier was steeds vaker gesteld werd, ging Leterme zich terug volop Vlaams profileren.
Terwijl VLD en SPA zich stil hielden durfde Leterme het meermaals aan de Waalse politieke partijen en nu ook de Walen zelf provocatief aan de tand te voelen. Aan Waalse zijde verketteren ze er hem voor, maar langs Vlaamse zijde blijkt hij ermee weg te kunnen komen.
Dat hij hierdoor zijn gesprekspartners voor een eventuele staatshervorming tegen zich in het harnas jaagt deert Yves niet, want first things first.
Om die gesprekspartner te kunnen worden moet hij eerst premier kunnen worden. Zich profileren als de enige die echt opkomt voor de Vlaamse belangen, de enige die niet bang is van de Waalse PS en Di Rupo, dient een dubbel doel. Uiteraard in de eerste plaats zich positioneren als enige alternatief federaal om de Vlaamse zaak te dienen. Maar vooraleer Leterme zich zomaar kandidaat kan stellen is er nog het puntje dat hij ‘de ganse rit zou uitdoen’. Vergelijkingen met Dewael en de hevige kritiek die CD&V had toen de voormalige VLD- minister-president Vlaanderen vroegtijdig verliet voor het federale niveau worden tegenwoordig door Leterme al afgedaan als een niet opgaande vergelijking. Een waarvoor hij niet afgerekend zal worden. Waarom niet? Omdat Leterme nu eenmaal de enige Vlaamse politicus is die federaal de zaken eindelijk eens zou kunnen veranderen.
Dat de andere partijen daartoe niet geschikt zijn is ondermeer ten tijde van B-H-V en hun huidige kruiperige onderdanigheid voldoende bewezen.
Leterme for president. De Vlaming wil het, dus kan hij zijn minister-presidentschap met gerust hart achter zich laten. Als zijn populariteit bevestigd kan worden door goede lokale resultaten van zijn partij, en als hij kan blijven rekenen op het monopolie van spreekbuis voor de Vlaamse belangen zouden we binnenkort wel eens lange woelige staatshervormingen tegemoet kunnen gaan.

Benjamin D