
Alle teksten van de Club van Brugge kan je per categorie op deze blog terugvinden.
De clubvanbrugge is een jongerendenktank die de maatschappelijke en mondiale actualiteit met een kritische blik wenst te bestuderen en te bespreken. Op deze blog geven de leden van de clubvanbrugge aan de hand van teksten hun visies op en meningen over de Vlaamse, Belgische, Europese en mondiale politieke actualiteit.

Minister van Defensie zijn, het lijkt een vervloekte job. Nadat André Flahaut meer dan 8 jaar de geliefde schietschijf was van oppositieleider Pieter De Crem was het voor de Aalterse burgemeester een waar gloriemoment om zelf zijn opponent te mogen opvolgen. Nog geen twee maanden in functie krijgt De Crem nu ook de wind van voren.
Enkele weken geleden verkondigde Yves Leterme in de Krant van West-Vlaanderen dat Peter Leyman binnenkort terug voor het bedrijfsleven zou kiezen en de politiek zou verlaten. Leyman ontkende meteen maar het signaal van de CD&V-kopman was duidelijk: als het Leyman niet aanstaat om slechts parlementair te zijn moet hij maar opstappen. Nochtans was de Volvo-kopman zowat de grootste vis die CD&V in de aanloop naar 10 juni wist binnen te halen. Een sterke aanwinst voor de partij en een mooi signaal naar de Oost-Vlaamse kiezer die traditioneel blauw kiest. Met de eerder centrum-rechtse De Crem als lijsttrekker en de voormalige nummer 1 van één van Vlaanderen’s meest succesvolle bedrijven op 3 zou CD&V-NVA heel wat van die liberale stemmen kunnen wegkapen.
Vandaag kunnen de Russen hun vertegenwoordigers in de Doema, het Russische parlement verkiezen. De partij van president Vladimir Poetin is de gedoodverfde overwinnaar. Niemand minder dan president Poetin zelf is de lijsttrekker van zijn partij Verenigd Rusland. Aan zijn laatste termijn als president komt binnenkort een einde. Toen Poetin vorig jaar liet weten dat hij niet van plan is de grondwet te wijzigen om een bijkomend termijn mogelijk te maken leek dat een positief signaal voor het respect voor de Russische instellingen te zijn. Dat Poetin zijn macht niet zou opgeven was echter eveneens duidelijk. Zijn politieke toekomst wil hij nu blijkbaar verder zetten als premier. Dat de premier in Rusland minder macht heeft dan de president mag geen probleem zijn, plannen om de rollen wat om te draaien en bepaalde bevoegdheden te verschuiven zouden al klaar liggen. Een loopje met de democratie nemen ze in Rusland al langer, bij de verkiezingen van 2 december waren de onregelmatigheden niet te tellen, nu worden ook de instellingen met de voeten getreden. Het dictatoriale Rusland zal aldus definitief een feit zijn.
In Venezuela konden de burgers vandaag ook gaan stemmen. President Chavez, de nieuwe clown van het mondiaal socialisme, vraagt in een referendum onder andere om zonder limiet herkiesbaar te zijn als president. De man schopt alles en iedereen tegen de schenen en kan zich door de grote olievoorraden van zijn land te veel permitteren. Door de grondwet aan te passen naar zijn eigen wensen zal hij Venezuela kunnen leiden naar eigen goeddunken met onbegrensde macht.








Jean-Marie Dedecker is al sinds zijn intrede in de politiek een man van de controverse geweest. Hij slaagt er met de regelmaat van de klok in de pers te halen met steeds spectaculaire en bij een groot publiek gesmaakte onderwerpen. Mediacatchers van het binnensmokkelen van een journalist in de cel van Dutroux tot het aanklagen van doping in het Belgische wielrennen. Maar ook standpunten als het pleiten voor minder superboetes en het recht om (zeer) snel te mogen rijden.
Zijn meerwaarde in de politiek is er steeds een van uitsluitend electorale aard geweest, en dit gebaseerd op zijn voornamelijk populistische uitspraken.
Een Dedecker die binnen de lijntjes zou gaan lopen zou geen Dedecker zijn met een gelijkaardig stemmenpotentieel.
Ook NVA ziet dit uiteraard in. De kans dat NVA aldus verwacht van Dedecker dat hij een brave jaknikker zal worden is niet bestaande.
Waarom zou NVA dat overigens willen?
Bourgeois is bij de gemiddelde Vlaming misschien half bekend als de minister die het Tony Mary moeilijk maakte, maar dat hij NVA’er is zal voor velen onbekend zijn. Laat staan dat de afbeelding of naam van Bart De Wever een associatie met de Vlaamse nationalisten teweeg brengt bij de gemiddelde Vlaming. Met Dedecker heeft NVA een bekend gezicht en kleurrijk figuur binnengehaald.
Net wat de partij nodig had.
Kartel
De federale verkiezingen van 2003 brachten voor CD&V niet de gehoopte revival.
NVA werd, op Bourgeois na, naar huis gespeeld. NVA was in principe een eenmansfractie geworden. Het einde van haar bestaan leek eraan te komen. Een speciale regeling was zelfs nodig om haar nog van financiële dotaties te voorzien.
In 2003 was CD&V een partij die zowel Vlaams als federaal in de oppositie zat. Een partij die zich van volkspartij tot een Christendemocratische partij aan het omvormen was, een partij op zoek naar zichzelf.
De visie van de nieuwe voorzitter, Yves Leterme, dat er een potentieel lag in een Vlaams profiel was terecht.
CD&V ging voor de Vlaamse verkiezingen van 2004 met NVA een Vlaams kartel aan, in de hoop dankzij de som van één plus één drie te bekomen maar ook om haar Vlaamse karakter te benadrukken.
De som bleek met moeite 2 te zijn, maar dat was toch genoeg. Het kartel CD&V-NVA werd de grootste politieke formatie in Vlaanderen.
Naar 8 oktober toe drukte CD&V overal in Vlaanderen de kartellijsten er lokaal zo veel mogelijk door, ook provinciaal. Dit als garantie om NVA aan boord te houden in 2007. NVA stelde hoge eisen. In vele gemeenten was hun aanwezigheid, laat staan invloed, voor 8 oktober 2006 zeer miniem tot niet bestaande.
CD&V daarentegen is lokaal nog steeds zowat de sterkste partij in Vlaanderen, onder andere met het grootst aantal burgemeesters.
NVA heeft na 8 oktober in die vele gemeenten een schepenambt mee kunnen pikken. Op die manier heeft CD&V een verankering voor NVA op lokaal niveau gecreëerd.
Maar al sinds het ontstaan van het kartel bleken andere maten en gewichten te gelden voor de twee partners.
In Izegem bijvoorbeeld, de thuisbasis van NVA boegbeeld minister Geert Bourgeois kwam er geen kartel voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2006. De deur bleek uiteindelijk te klein om er samen, op één lijst, door te kunnen gaan.
Het geschenk van 8 oktober is een veel groter cadeau dan men zou kunnen denken. De lokale verankering van een partij is haar garantie op voortbestaan. CD&V deed dit om zich te verzekeren van het Vlaams kartel voor de verkiezingen in 2007.
Vandaag weten we beter…
Leterme
Waar kunnen we het succes van het Vlaams kartel aan toeschrijven? Ongetwijfeld voor een niet onaanzienlijk deel aan de populairste politicus van Vlaanderen, minister-president Yves Leterme.
Yves Leterme slaagde er de afgelopen jaren niet alleen in zijn eigen populariteit in stijgende lijn te houden, maar meteen ook die van zowel zijn eigen partij als van het CD&V-NVA kartel. Binnen de eigen partij komt enkel Vervotte en oudgediende Jean-Luc Dehaene, in de nabije buurt van zijn positie in de ‘pop-poll lijsten’.
Verder kan de gemiddelde Vlaming meer CD&V’ers actief in hun gemeente opnoemen dan Vlaams of federaal. Het is duidelijk; Leterme is (was) op zijn eentje het populairste kartel van Vlaanderen.
Over de NVA kopstukken hoeven we het als het op populariteit aankomt niet eens te hebben, die is compleet verwaarloosbaar.
De hoofdvraag vandaag, nu de brokken verdeeld zullen worden, is echter of de populariteit van Leterme en de hernieuwde hipheid van CD&V (populairste partij bij de Vlaamse jongeren vandaag) bij de Vlaamse verkiezingen zonder NVA ook groot genoeg geweest zou zijn.
Een vraag waar echter geen antwoord op te geven is.
Toekomst
Met een VLD die zich als progressief wil profileren is er binnen politiek Vlaanderen een ruimte op (‘democratisch’) rechts ontstaan.
Het rechts-liberale project waar Dedecker en kompaan Bouckaert op uit waren nadat Dedecker uit de VLD gezet was, is blijkbaar complementair met de visie die NVA blijkt te hebben. Met name de ruimte op rechts invullen en aldus uitgroeien tot een volwaardige partij die geen angst dient te hebben voor de kiesdrempel en geen nood heeft om aan de rokken van grote zus CD&V te blijven hangen.
Dankzij de lokale verankering en de deelname aan het Vlaamse beleid kan NVA nu de sprong naar onafhankelijkheid ook relatief zorgeloos maken.
De zet om Dedecker binnen te halen zal voor NVA waarschijnlijk heel wat positieve gevolgen kennen. Niet alleen geeft NVA zo weer dat het een algemeen rechts discours wil gaan varen, dat ze de partij willen zijn die een dergelijke leemte kan opvullen, maar vooral zijn ze erin geslaagd een krachtig en zeer populair figuur binnen te halen.
Een figuur die heel wat ontevreden rechtse VLD stemmen kan afsnoepen en die ook in staat zou moeten zijn om heel wat stemmers van bij Vlaams Belang terug naar de meer gematigde Vlaams nationalisten te halen.
De slag die NVA haar voormalige kartelpartner CD&V verkoopt door het voordeel van de verrassing zal ongetwijfeld heel wat van de rechtse stemmen die het kartel wist te halen meenemen naar een onafhankelijke NVA-lijst.
Veel centrumrechtse CD&V’ers die een grote verbondenheid hebben opgebouwd met NVA, en voor wie Dedecker misschien zelfs aanvaardbaar zou kunnen worden, zullen achter het opzeggen van het kartel de hand van het linkse ACW zien.
Het is echter essentieel voor CD&V dat ze zich niet volledig tot de centrumlinkse kiesvijver (waarin momenteel zowat alle Vlaamse meerderheidspartijen vissen) laat terugdringen.
Indien CD&V de terechte keuze maakt het kartel te verlaten, voor NVA dat zelf zou doen, moeten ze duidelijk inzien dat ze intern de centrumrechtse en Vlaamse leemte zullen moeten invullen.
Het is essentieel dat CD&V nu, beter laat dan nooit, ook een volwaardige centrumrechtse noot binnen de eigen partij laat weerklinken. Dat CD&V aantoont dat de V in haar naam er niet enkel voor haar mooie klank staat.
Het was Yves Leterme die CD&V uit het dal wist te gidsen in 2004. Leterme is vandaag de populairste politicus van Vlaanderen en was, tot voor het bekendmaken van het aansluiten van Dedecker bij NVA, op zijn eentje het Vlaams kartel. Leterme dient nu de handschoen op te nemen en de Christendemocraten met een krachtige leiding de erfenis van het Vlaams kartel te doen opnemen. Duidelijke signalen zullen nodig zijn indien CD&V wil voorkomen dat zij opeens het kleine Vlaamse broertje zouden worden.
Pieter M

Volgens de Amerikaanse grondlegger van de wereld-systeem analyse, Wallerstein, gaat het kapitalisme haar einde tegemoet vanwege het steeds schaarser worden van goedkope arbeidskrachten. De denkpatronen en historisch onderbouwde feiten die Wallerstein reeds enkele decennia geleden tot deze conclusie deden komen zijn zeer plausibel. Het zestiende eeuwse Europa waar het kapitalisme het levenslicht zag heeft sindsdien steeds een expansief karakter gekend die haar voedde en in leven hield. Rechtstreeks- (Groot-Brittannië,… tijdens de 19e eeuw) of onrechtstreeks- kolonialisme (de Verenigde Staten tijdens de 20e eeuw) waren de voedingsbodems die nieuwe goedkope arbeidskrachten leverden aan de groei. De afgelopen jaren waren het de Oostblok landen, China, India,… die een nieuwe stroom aanboden.
Maar die stroom is volgens Wallerstein niet onuitputtelijk en telkens zouden in die nieuwe landen de lonen samen met de eisen voor welvaart stijgen. Tot elk land volledig geïncorporeerd zou zijn en er nergens nog mensen bereid zouden zijn om voor goedkope lonen te werken.
Het kapitalisme is vandaag alomtegenwoordig en Wallerstein’s wereld-systeem omspant de ganse aarde. Maar ondanks de incorporatie van alle landen en volken binnen dit systeem en tegen alle linkse visionaire stellingen in is het kapitalisme nog steeds alive and kicking.
Of het effectief zo is dat kapitalisme haar einde tegemoet zou gaan indien er niet langer goedkope arbeid voor handen zou zijn terzijde gelaten; de stelling van Wallerstein dat wanneer kapitalisme alle uithoeken van de aarde zou bereiken het een kwestie van tijd zou zijn voor goedkope arbeid zou verdwijnen, blijkt een illusie.
De man die een holistisch wereld-systeem zag, overzag binnen zijn stelling het feit dat globalisering en de creatie van de zogenaamde global village, de mazen van het net zeer groot maakt.
Het Italiaanse eiland Lampedusa zag het afgelopen jaar meer dan 10.000 illegale vluchtelingen toestromen. De Spaanse Canarische Eilanden maar liefst 19.000.
Honderdduizenden mensen proberen vanuit Afrika het beloofde land Europa binnen te komen.
Maar niet alle immigratie is zuid-noord gericht. Schattingen stellen dat voor de 62 miljoen immigranten die wereldwijd van zuid naar noord gingen, er ongeveer evenveel (61 miljoen) verhuisden van het ene ontwikkelingsland naar het andere.
Vooral ontwikkelingslanden die een ‘boom’ kennen zijn telkens grote magneten voor immigranten, stelt José Antonio Ocampo, de ondersecretaris-generaal voor Economie en Sociale Zaken van de Verenigde Naties.
De olierijke Golfstaten zijn grote aantrekpolen voor immigranten uit onder andere Afrika. De heropbouwende Argentijnse economie kent een toestroom van Bolivianen, Paraguayanen en Uruguayanen.
Immigranten uit Midden-Amerikaanse landen als Guatemala trekken naar Mexico.
Dergelijke ons vreemd in de oren klinkende bewegingen zijn nochtans zeer simpel te verklaren. In plaats van de grote onzekere sprong naar een onbekend Westers land gaan velen liever hun ietwat zekerdere kansen wagen in nabijer gelegen landen met gelijkaardig klimaat, godsdienst en taal.
En immigratie werkt immigratie in de hand. Doordat bijvoorbeeld in landen als Mexico dagelijks duizenden mensen de grens met Amerika proberen over te steken is er in grenssteden als Tijuana werk te vinden die niet ingenomen wordt door Mexicanen.
Want uiteindelijk draait het allemaal om het feit dat mensen van elders bepaald werk wel willen doen, die de lokale inwoners tegen lage lonen niet willen doen.
En hier is het dan ook dat Wallerstein’s visie de grenzen tussen theorie en realiteit niet weet te overbruggen.
Welke welvaart een land ook zal kennen, steeds zullen er stromen zijn die toch de honger naar goedkope arbeid zullen blijven voeden.
Deze realiteit is van groot belang voor de wereldeconomieën.
De landen van waaruit heel wat mensen vertrekken kennen essentiële instromen dankzij de terugvloeiende loontjes die in het land van herkomst grote bedragen betekenen. Afhankelijkheid van deze stromen is dan ook bij vele landen een potentieel probleem.
Zo bleek dat het instorten van de Argentijnse economie in 2001 een daling met 1 procent van het BNP van Bolivië betekende.
De Wereldbank schat echter dat de 70 tot 90 miljard dollar die jaarlijks door immigranten naar huis verstuurd wordt vanuit het ene zogenaamde derde wereldland naar het andere, bijna de helft van het totaal door immigranten naar huis verzonden kapitaal uitmaakt.
Voor de economieën waar de immigranten terecht komen blijkt hun toestroom echter even essentieel. Groeiende economieën als Thailand laten weten dat ze voor volgend jaar nog eens zo een 500.000 extra werkenden nodig hebben. Bij de eigen bevolking alleen kunnen ze die nooit vinden.
Veel landen als de Westerse landen, vooral Europese landen maar ook bijvoorbeeld Japan, hebben te kampen met economieën waarin enerzijds de rijke bevolking vele jobs tegen een laag loon niet aantrekkelijk genoeg vinden. Anderzijds is er een steeds ouder wordende bevolking met als gevolg ernstige tekorten aan jonge werkkrachten.
In de kapitalistisch geglobaliseerde wereldeconomie die we vandaag kennen blijft de zoektocht naar goedkopere arbeidskrachten even essentieel als voorheen. Maar ook de zoektocht in bepaalde werelddelen naar jonge, nieuwe arbeidskrachten stijgt enorm.
De stromen van mensen die de weg naar een potentieel beter bestaan zoeken, hun aanbod brengend naar daar waar de vraag bestaat – kapitalisme ten top - is niet zomaar een potentiële oplossing. De stranden van Lampedusa maar ook de vaak tevergeefse grensbewaking tussen Mexico en de VS of zelfs India en Bagladesh, tonen dat het een realiteit is.
De poorten van Europa blijken niet zomaar vergrendeld te kunnen worden, terwijl duizenden mensen willen binnenkomen.
In een steeds ouder wordend werelddeel waarin we onze economie onvoldoende kunnen voorzien van arbeidskrachten op alle niveaus is het noodzakelijk dergelijke realiteiten onder ogen te zien. De noodzaak dringt zich hoogdringend op om het immigratiedebat openlijk aan te kaarten en zowel de problematiek als de potentiële opportuniteit te bespreken.
Pieter M

De Britse Conservatieven staan er goed voor. In de pijlingen scoren ze hoog, hun nieuwe leider David Camoron is populair. Reden van de ommekeer zijn de vernieuwende politieke zetten die de partij en vooral haar leider de afgelopen maanden maakten. Zo sprong Cameron op de kar van het ecologisch conservatisme. Met ‘go green, vote blue’ pleit hij voor een milieuvriendelijker omgaan met het milieu en wil hij de aandacht vestigen op de klimaatveranderingen. Blair mocht dan wel met Schwarzenegger het plan voor verminderde broeikasgassenuitstoot van Californië gaan voorstellen; het is Cameron die erin slaagt in Groot-Brittannië zich het imago van groene jongen aan te meten.
Naast het imago van milieubewust speelt Cameron tevens zijn kaart van jonge vader, gezinsman uit. Op zijn persoonlijke videoblog zijn beelden te zien van Cameron in de keuken, op de achtergrond hangt de was te drogen, kinderen spelen,… Beelden en situaties waarin de modale Britten zich kunnen herkennen, waarin ze Cameron als één van hen in kunnen zien.
Nochtans is Cameron hardly de modale Brit te noemen. Zoon van een rijke makelaar, wonend in een huis van 1,1 miljoen pond te Kensington en product van een typisch higher upper-class opleiding in Eton. Eton, gesticht in 1440 is de absolute trainingschool voor de elite. Maar liefst 19 van de Britse eerste ministers kunnen ze op hun lijst van ex-leerlingen schrijven. De laatste dateert echter van de jaren ’60 maar we kunnen van een comeback spreken aan de top van de Britse conservatieve partij. Drie van de leden van Cameron’s schaduwkabinet zijn Etonians. Ook zijn verkiezingscampagneleider en speechschrijver en nog een tiental andere medewerkers gingen naar Eton.
Naast de Eton-stempel is er ook het feit dat Cameron, net als heel wat van zijn collega’s binnen de schaduw regering, deel uitmaakt van een typisch Britse gentlemen’s club. Cameron behoort, net als zijn vader, tot een van de allerhoogst aangeschrevenen; White’s. Ander collega clublid, doch geen Etonian, is de schaduw-chancellor George Osborne, erfgenaam van de een erfelijke adellijke titel alsook een groot bijhorend fortuin.
Het beeld van een partij voor de rijksten waar enkel de adellijken tot de hoogste regionen konden doordringen werd destijds door niemand minder dan Thatcher teniet gedaan. Als dochter van een kruidenier, maar vooral als vrouw, brak zij met heel wat tradities binnen de partij en wist ze er het beeld van te veranderen.
Ondanks het feit dat de zogenaamde oude garde (of toch de oude klasse) het bij de Britse conservatieven terug voor het zeggen heeft slagen ze er in om een politiek programma voor te staan dat alle Britten aanspreekt, om met een vernieuwend imagocampagne de modale Brit aan te spreken.
De Britten willen van Blair af en zijn klaar voor veranderingen, of het Blair’s opvolger in eigen partij Gordon Brown zal zijn die Groot-Brittannië binnenkort zal mogen gaan leiden lijkt echter nog niet zo zeker. De Britse conservatieven lijken er in ieder geval klaar voor.
Pieter M

Halverwege de jaren 70 leerden Karel De Gucht, Guy Verhofstadt en Patrick Dewael elkaar kennen in het Liberale studentenleven. Karel De Gucht was voorzitter van het Liberale Studentenverbond van 1975 tot 1977. In 1978 volgde Patrick Dewael hem op. De banden trokken zich door binnen de jongeren van de toenmalige PVV, waar Verhofstadt in 1979 voorzitter werd.
Sinds die jaren is elke verandering in het liberale politieke landschap rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg van de handelingen van een van deze drie heerschappen. Samen of tegen elkaar optredend slaagden Dewael, Verhofstadt en De Gucht erin een grootse politieke carrière uit te bouwen die van hun Vlaamse en Belgische toppolitici maakten, alsook de ontastbare alleenheersers van hun partij.
De oppermacht van deze drie heren, maar tevens hun ongenadige tactieken om die macht te behouden, kwamen na de gemeenteraadsverkiezingen zeer duidelijk aan het licht tijdens de zaak Dedecker. Een van de populairste politici binnen de VLD werd genadeloos de deur gewezen vanwege zijn dwarsliggen bij de coalitievorming in Oostende. Dat de zware sanctie iets te maken had met het feit dat Vande Lanotte daar de plak zwaait en dat de VLD plat op de buik dient te gaan voor haar paarse partner speelt waarschijnlijk een minder belangrijke rol. Reeds sinds voor de verkiezingen is de VLD top helemaal niet op zoek naar een ideale reden naar het ideale, maar naar een ideaal moment om Dedecker buiten te smijten. Want de reden is er; Dedecker lag vaak dwars en was te machtig aan het worden. Dat Dedecker de clash in Oostende met Vande Lanotte niet kon winnen wisten ze maar al te goed. Ook Dedecker zelf wist dit en weigerde daarom aanvankelijk op te komen. In ruil voor grote beloften betreffende de federale verkiezingen van 2007, hapte hij tenslotte echter toe. Van op de lijstduwerplaats had hij minder te vrezen voor een afgang en de kans om zijn ware doel te bereiken was er: federaal minister worden.
Dedecker is al sinds zijn intrede in de politiek een man van de controverse geweest. Hij slaagt er met de regelmaat van de klok in de pers te halen met steeds spectaculaire en bij een groot publiek gesmaakte onderwerpen. Mediacatchers van het binnensmokkelen van een journalist in de cel van Dutroux tot het aanklagen van doping in het Belgische wielrennen. Maar ook standpunten als het pleiten voor minder superboetes en het recht om snel te mogen rijden. Dedecker was aldus lang een man die potentieel stemmen voor VLD kon weghalen bij Vlaams Blok, later Vlaams Belang. Hij was in ieder geval een politicus die rechtse VLD stemmen bij de partij hield in tijden dat VLD steeds meer linkse toegevingen moest doen om paars en zichzelf in stand te houden. Toen hij voor zijn weg richting de top van de partij echter koos voor de aanval op zijn eigen partij en partijgenoten trapte hij op heel wat gevoelige tenen.
Maar Dedecker is een stemmenkanon en in tijden van steeds slechtere opiniepeilingen bleef hij als een rots in de branding hoog scoren. Bij de voorzittersverkiezingen van zijn partij slaagde Dedecker erin het Somers aardig moeilijk te maken. Met 38% van de stemmen bleek hij een grote basis te hebben bij de partijleden wat de VLD top dwong hem te dulden binnen de hoogste regionen van de partij. Dedecker mocht een congres voorzitten en kreeg geen tegenkanting meer wanneer hij voor de zoveelste keer met zijn uitspraken uit de bocht ging. Bij de publicatie van zijn boek “Rechts voor de raap” keken alle VLD toppers de andere kant uit voor de vele harde uitspraken aan hun adres.
Het zag ernaar uit dat de VLD Dedecker in haar rangen zou blijven dulden. Maar dat was buiten de heilige drievuldigheid van de VLD gerekend.
Op het moment zo ver mogelijk verwijderd van de federale verkiezingen, maar na de gemeenteraadsverkiezingen, werd Dedecker gedumpt. Eerst gaf Tommelein de aanleiding door Dedecker te beschuldigen van partijverraad bij de coalitiebesprekingen in Oostende. Somers maakte de job af en zette een verontwaardigde en verraste Dedecker buiten. Lang werd gespeculeerd over de mogelijkheden van Dedecker om uit de partij te stappen en een groot kiespubliek mee te kunnen nemen, misschien zelfs een breuk binnen de VLD te verwezenlijken. De komende maanden naar de federale verkiezingen toe zou dit scenario nog meerdere malen aan bod gaan komen en misschien zelf verwezenlijkt worden. Dat zou een ramp betekenen voor VLD. Die bom is nu echter ontmanteld. Dedecker dacht de tacticus te kunnen blijven spelen, recht de federale regering binnen, maar dat was uiteraard buiten de meestertactici gerekend.
Nieuwe zet bij VLD is het binnenhalen van Noël Slangen als officiëel strateeg van de partij. Bij de campagne straks staat veel op het spel: het behouden van de macht. De strijd is geopend en het zal er hard aan toegaan. Maar dat de campagne vooral op Verhofstadt in de eerste plaats, in tweede instantie op de twee andere toppers, zal toegespeeld worden is duidelijk. De Jean-Marie Dedecker’s van deze wereld mogen dan heel wat stemmen opleveren, in een partij als VLD geeft je dat geen enkele bescherming wanneer je al te veel voor de voeten (en in het spotlicht) van de toppers gaat staan.
Pieter M

